Twijfelen aan je zelf

Wanneer dingen niet goed gegaan zijn zullen vele mensen de oorzaak zoeken bij anderen of bij de veranderingen in de maatschappij. Zelf hoef je dan geen verantwoordelijkheid te dragen voor datgene wat is misgegaan. Ook zijn er mensen die de oorzaak zoeken bij zichzelf, maar blijven steken in een vraag: “wat heb ik verkeerd gedaan”. Het is een kwelling die niet voorbij gaat.

Johannes de Doper twijfelt ook aan zichzelf wanneer hij in de gevangenis zit in het paleis van Herodes. Wat heeft het uitgehaald dat hij als geroepene en roepende in de woestijn een waarschuwing had voor de mensen: Bekeert u en bereidt de weg des Heren. Met deze oproep en het gehoor wat daaraan gegeven werd maakte hij de weg vrij voor Jezus die hij als verlosser had aangewezen. Nu hij gevangen zit twijfelt hij aan zichzelf en aan Jezus als de messias. Hij voelt de sympathie van Herodes die hem in leven wil houden, maar ook de haat van zijn tweede vrouw, die hem uit de weg wil ruimen. Is dat nu alles wat het leven te bieden heeft. Hij voelt zich door God en mens verlaten en laat vragen aan Jezus of hij werkelijk degene is die komen moet. Jezus moedigt Johannes aan om in Hem te blijven geloven.Misschien had hij andere verwachtingen. Maar God blijft werkzaam op Zijn manier.

Verlangen naar leiding

In moeilijke omstandigheden zoeken mensen naar houvast en zekerheid. Wanneer iemand verschijnt die goede ideeën heeft groeit er vertrouwen en navolging. Bepaalde personen profileren zich als de ‘redders van de maatschappij” of mensen die gezag krijgen in de Kerk. Vraag en aanbod spelen op elkaar in.

Ook Johannes de Doper voelt dat hij gezien wordt als de nieuwe leider van Israël. Hij roept op tot een andere manier van leven, maar relativeert ook zijn eigen positie. In de uitspraak “ik doop u met water, maar er zal Iemand komen die u zal dopen met de Heilige Geest en met vuur, herkennen wij de mens Johannes die zegt: ik weet wel wat niet moet, maar weet niet hoe het wel moet. De komende is

in staat de wereld om te vormen naar een nieuwe toekomst. Het gaat de mensen weer goed wanneer de Heilige Geest werkzaam kan zijn. Er groeit motivatie en actie als mensen weer warm lopen voor wat er moet gebeuren.      

Advent betekent: Hij die komt. Van ons wordt gevraagd dat wij in Hem geloven. Door het doopsel is Hij reeds gekomen in ons leven. Maar vaker is onze verbondenheid met Christus vervlakt of zelfs verloren gegaan. In de komende dagen wordt van ons gevraagd om een vernieuwing van ons geloof. Niet door de nadruk op de zondigheid, maar op vreugde en goede wil om de Zoon van God welwillend tegemoet te treden.

 

Adventsboodschap 2022 Van Onze Bisschop
PDF – 119,7 KB 5 downloads

Waakzaamheid

Sommige mensen zien overal gevaar. Dat vinden wij terug bij mensen die zich met het klimaat bezig houden. De opwarming van de aarde, het stikstofprobleem, het tekort aan drinkwater. Als je deze mensen beluistert bekruipt je het gevoel dat je niets meer mag. Daarnaast zijn er ook mensen die zich nergens druk over maken. Ze leven zoals ze dat altijd gedaan hebben en genieten van het leven waarbij verkwisting en kapitaalsvernietiging volop aanwezig is. 

In de voorbereiding op het geboortefeest van de Heer wordt aandacht gevraagd voor God die met ons mensen bezig is. Het leven vanuit God

 laat ons op een andere manier aankijken tegen de wereld. Gaan we op in het leven dat ons op dat moment aangeboden wordt, of  beschouwen wij ons bestaan als iets wat God aan ons heeft toevertrouwd. Jezus roept ons op tot waakzaamheid. Onverwacht komt het moment dat de Heer in ons leven verschijnt. Wie is dan klaar om Hem tegemoet te gaan. De advent is een oefening om te wachten en te verwachten. Het maakt ons waakzaam voor de komst van de Heer

Ook nu zien we dat het geloof bij bepaalde mensen een grote rol speelt en dat dit ook naar voren toe komt in de manier waarop zij vorm geven aan hun leven. Bestaande gebruiken worden gehandhaafd zoals het opbouwen van de kerststal. Maar mogen wij stil staan bij wat de komst van Jezus betekent voor ons leven. Waar mensen het geloof in God met zich mee dragen ontstaat liefde. Dat is wat Jezus ons brengt met Zijn komst op aarde. 

Van dwaas naar held

Een heleboel dingen in ons leven lijken dwaas. Een soldaat die opgeroepen wordt om te vechten is dwaas omdat hij zijn leven op het spel zet. Een mens die altijd bezig is voor anderen wordt met medelijden bekeken omdat deze niet van het leven geniet. Een rijke die zijn bezit weggeeft aan goede doelen wordt niet serieus genomen.

 Zo werd Jezus ook niet serieus genomen toen Hij stierf op het kruis. Wie gaat zo ver in Zijn liefde

voor God en de mensen dat men een schandelijke dood sterft. De omstanders bespotten Hem en hun visie is een korttermijn verhaal. Pas op het moment dat Jezus verschijnt als de verrezen Heer wordt het geheim van dood en verrijzenis ten volle verhelderd. De mens die goedheid uitstraalt wordt niet vergeten. Waar eigen belang plaats maakt voor je leven geven voor anderen komt uiteindelijke waardering en bewondering. Dat vieren wij ook op het feest van Christus, koning van het Heelal. 

In de tijd dat dit feest ontstond was er een jubelstemming. Zie je wel hoe het geloof wortel schiet. Door de inzet van mensen groeiden veel initiatieven waardoor het geloof ook maatschappelijk betekenis kreeg. Men deed heel veel voor de mensen. Nu leven wij in een tijd waarin de Kerk lijdt en lijkt op Jezus die sterft aan het kruis. De bisschoppen hebben geen blij verhaal mee genomen naar Rome. Wie alleen hier stil blijft staan voelt weinig vreugde. Toch is vertrouwen heel erg belangrijk. De verrijzenis van Jezus is ook voor ons een bemoediging. Want ook deze tijd blijft niet bestaan. In de toekomst zullen mensen weer onbevangen aankijken tegen wat Jezus ons te bieden heeft. Zijn leven gaat niet verloren.

Omgaan met vergankelijkheid

Sommige dingen zijn zo vanzelfsprekend dat wij ons niet kunnen voorstellen dat dit ook kan verdwijnen. Jezus spreekt over de ondergang van de tempel. Als God niet meer gediend wordt heeft de tempel geen functie meer en zal verdwijnen

 Vaak komt dit omdat men naar de verkeerde mensen luistert en daar het ge drag op afstemt. Jezus waarschuwt voor mensen die de angst voor de ondergang van de wereld aanwakkeren.

Te midden van de vele rampen die gebeuren raakt de mens zijn levensoriëntatie kwijt: ziekte, strijd, natuurrampen en tekort aan eten en drinken.    

Jezus roept op tot geloof in God. Hij schenkt ons wijsheid en inzicht om stand te houden in de verdrukking.

De liefde van Christus beweegt tot eenheid en verzoening 

Begin september heeft in het Duitse Karlsruhe de 11e algemene vergadering van de Wereldraad van Kerken plaats gevonden. Christenen uit alle hoeken van de wereld ontmoeten elkaar om te spreken over de vragen en noden van onze tijd. De Rooms-katholieke Kerk is geen lid van de Wereldraad, maar werkt op belangrijke terreinen wel nauw met de Wereldraad samen. 

 Het thema van Willibrordzondag sluit dit jaar aan bij het centrale motto van

de bijeenkomst in Karlsruhe: “De liefde van Christus beweegt de wereld tot eenheid en verzoening”. Ten overstaan van de crises waar de wereld momenteel mee geconfronteerd wordt (klimaat, migratie, oorlog, armoede), doet het ertoe hoe religies, kerken, christenen zich opstellen. In de oecumenische beweging ontspringt de inzet voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping aan het geloof in de liefdevolle en barmhartige God, die om de hele schepping bekommerd is en die zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. 

Op Willibrordzondag willen we stilstaan bij de vraag wat de liefde van Christus betekent in ons denken over God, in ons persoonlijk leven, in de gemeenschap, in de relatie tussen kerken en in de wereld. In het weekend van 5 en 6 november, wordt in de parochies gebeden voor de oecumene en wordt er gecollecteerd voor het werk van de Katholieke Vereniging voor Oecumene Athanasius en Willibrord. Deze collecte willen ik graag bij u aanbevelen. Ook kunt u een op het rekeningnummer van de Katholieke Vereniging voor Oecumene is NL73 INGB 0001 0876 28. 

Met vriendelijke groet, B. Hegge, gedelegeerde voor oecumene van het bisdom Roermond

Beelden die leven

Wij allen hebben wel eens de neiging om meer te letten op wat mensen niet goed doen dan wat ze wel goed doen. De aandacht voor negatief gedrag wordt ons voor een groot gedeelte ook aangedaan. Wanneer de Kerk aandacht vraagt voor heilige mensen wordt daar met gemengde gevoelens op gereageerd. 

 De aandacht voor heilige mensen is voor ons heel belangrijk. Heiligen worden idolen wanneer wij datgene wat zij in hun leven deden

bewonderen en proberen na te volgen. Sommige heiligen uit het verleden blijven spreken zoals een Antonius van Padua voor verloren zaken of een pater Karel uit Munstergeleen. Maar ook in onze tijd worden nog steeds mensen heilig verklaart. Talloze mensen uit Nederland trokken naar Rome toen Titus Brandsma heilig verklaard werd. Datgene wat hij gezegd had en gedaan, kwam opnieuw tot leven.

Daarom is het belangrijk de heiligen in ere te houden. Zij zijn de sterren aan de hemel bij onze levensweg. Zij blijven mensen inspireren die hun navolgen. Zodoende worden er nog steeds veel goede dingen gedaan waarin de liefde voor de mens zichtbaar wordt. "Je bidt voor wie honger lijdt. Daarna geef je hen te eten. Zo werkt gebed." zegt Paus Franciscus. 

Kwetsbaarheid schept ruimte

Sommige mensen laten graag weten hoe geweldig ze wel niet zijn. In alle varianten vernemen wij hun geslaagde successen bij de opleiding, het werk, in de vriendenkring en de kinderen die in hun gezin opgroeiden. Ze stralen een grote mate van zelfverzekerdheid uit.  Het is fijn om te horen dat het mensen goed gaat.  Er zijn ook mensen die niet veel over zichzelf vertellen, maar in alle bescheidenheid werken zij op de achtergrond aan alles wat het leven opbouwt. Complimenten over hun gedrag wuiven zij gemakkelijk weg. Wanneer men hun vraagt wat zij allemaal doen zeggen ze: “dat is niet zo 

belangrijk”. Zij leveren hun bijdrage onopvallend. Bescheidenheid siert hun leven. Zij beschouwen zich niet als de volmaakte mens, maar als mens van goede wil.

Jezus heeft het over deze twee types in het verhaal van de farizeeër en de tollenaar. De eerste is zich bewust van al het goede wat hij doet. Hij voelt zich verheven boven iedereen. In  vergelijking met de tollenaar is hij natuurlijk een beter mens. Daardoor is de farizeeër onaantastbaar. De tollenaar daarentegen maakt zich klein voor God. Hij wil graag treden voor Gods Aangezicht. Maar is zich ook bewust van zijn zondigheid en kwetsuren. Hij beroept zich op Gods barmhartigheid. “Heer, wees mij zondaar genadig.  Van deze mens gaat geen bedreiging of afstand uit. 

Wil je in onze maatschappij wat bereiken, dan is het belangrijk dat je je profileert met al het geweldige wat je doet en bent. Zelfverzekerde mensen vertellen met grote overtuiging over hun kennis, kunde en ervaring. Het klinkt soms te mooi om waar te zijn.  Door hun hoge dunk over zichzelf verheffen zij zich boven anderen en willen deze aan hun ondergeschikt maken. Bescheidenheid gooit in onze tijd geen hoge ogen. De kracht van deze mensen is dat zij benaderbaar zijn. Zij stellen zich kwetsbaar op en hebben begrip voor de zwakheden van anderen. Ze zijn trouw en toegewijd in datgene wat zij doen zonder daar hoog van op te geven. Ze hebben de gave ontwikkelt om naar de ander te kunnen luisteren. Je hoeft van hen niets te vrezen. Zij zijn niet gericht op zichzelf, maar op de ander. En bovendien voelen zij aan dat men door de ander kan worden wat men is. Deze houding wordt door Jezus ook geprezen. Wie zich verheft zal vernederd worden en wie zich vernederd zal verheven worden. Een prachtige uitspraak waar wij allen ons mee een dienst mee kunnen bewijzen.

Wees niet bang om te vragen

Vragen is niet gemakkelijk. Je moet soms je eigen trots of schaamte overwinnen om  tegen de ander te zeggen: het gaat niet meer. Dit kan gaan over gebrek aan geld, een vraag om hulp in persoonlijke omstandigheden of spreken over dingen waarvan je denkt dat het alleen maar jou overkomt. Mens durf te vragen, was al een spreuk bij de Bond zonder naam. Deze mensen zien wel dat anderen, die vragen ook hulp ontvangen: materieel of geestelijk. Van hen zou men kunnen leren dat het niet goed is voor een mens om alles in stilte te dragen omdat het vragen zo moeilijk is. Het kan het aansporing zijn om zelf ook te spreken. 

 Jezus haalt het voorbeeld aan van een rechter die afstand inbouwt bij het afhandelen van rechtszaken en daardoor ook mensen in de kou laat staan. Degenen die voortdurend bij hem op de stoep staan om hun recht te krijgen bereiken dit ook. Niet omdat de rechter zo’n grote mensenvriend is, maar omdat hij van het gezeur af wil zijn. God is een mensenvriend. Vertrouw er op dat hij recht zal doen aan iedereen die zich tot Hem wendt. Het is een aansporing om te bidden

Bidden lijkt iets vrooms, iets wereldvreemds. Maar mensen die van bidden hun levensdoel hebben gemaakt blijken  vaak vanuit afstand meer realiteitszin te hebben dan degenen die in de wereld  volop worden mee genomen. Wanneer je teveel betrokken bent bij bepaalde situatie werkt dat ook door in de beoordeling van een bepaalde situatie. Afstand kan ook nabijheid worden in het leven van mensen, waarmee je te maken hebt. Je hoort mensen die een klooster bezoeken dan ook zeggen: ik wist niet dat  zij zo goed weten wat er speelt. In het bidden voor anderen beleven zij hun liefde  tot God en medemens. De mens die bidt maakt contact. Een vlam slaat over en er komt een lichtpuntje. Dat lichtpuntje helpt ons verder in het leven. Het voelt als een bevrijding, het afleggen van een last. Ook al antwoordt God niet meteen, Hij wil er zijn voor ons.

Rampscenario of heilsaanbod

Mensen raken steeds meer gedeprimeerd door allerlei berichten die als een grote bedreiging op ons afkomen. Is het niet de schaarste van het gas, dan is het de kostenstijging. Hebben wij de coronamaatregelen achter ons gelaten, dan wordt weer melding gemaakt van toename van coronapatiënten. Al zijn er genoeg mensen die graag zouden willen werken in de gezondheidszorg, onderwijs en jeugdzorg, er is geen geld.

Als het geloof in God niets meer voor je betekent ben je overgeleverd aan wat mensen doen en denken. Wie durft te vertrouwen op God komt in een andere dimensie terecht. 

Dat zien wij ook terug bij de genezing van de tien melaatsen. Menselijkerwijs waren zij uitbehandeld. Ver van de bewoonde wereld moesten zij maar wachten op de dood. Toch hadden enkelen de moed om naar Jezus te gaan. Ze bleven correct op een afstand staan en zeiden: “Ontferm u over ons”. Jezus genas hun niet meteen. Maar zei: “Laat u zien aan de priesters”. Onderweg werden ze genezen. Het slot van het verhaal laat zien dat  mensen waarbij wensen in vervulling zijn gegaan snel hun weldoener vergeten zijn. Behalve die Samaritaan die Jezus wel komt bedanken. Hij staat model voor de mensen die niet in tel zijn en wel weet hoe het moet . Dankbaarheid tonen. 

Dankbaarheid maakt deel uit van het geloof in God. Voor de Heer mogen wij onze wensen bekend maken en er op vertrouwen dat Hij het goede met ons voorheeft. Maar daarnaast wordt het geloof ook versterkt wanneer wij ons er van bewust zijn wat we van God allemaal gekregen hebben. Wanneer iedereen dat eens voor zichzelf op een rij zou zetten worden wij andere mensen. Niet alleen de nadruk leggen op vragen, maar ook op dankbaarheid en tevredenheid.

Doen wat God ons zegt

Niet alles wat in Gods Naam wordt gezegd en gedaan vinden wij terug in de Schrift. Soms leggen mensen de woorden van God op hun manier uit. En brengen hiermee individuen en groepen  in verlegenheid. Het lijkt een alibi om andere mensen te beschadigen. In naam van God zijn heel wat dingen gebeurd die niet overeenstemmen met Gods’ bedoelingen.  Het is zeker niet goed om dan maar passief te blijven, want dat past bij het ongeloof. Niets doen geeft geen kans aan God.

 Jezus zegt ons dat geloof een kracht om iets nieuws te laten groeien. Wanneer wij ons inzetten voor een goede zaak, dan levert dat zijn vruchten op. Vaak moeten we geduld hebben met datgene waar we mee bezig zijn en niets forceren. Altijd moeten wij er op vertrouwen, dat datgene waar we aan begonnen zijn, zijn vruchten zal afwerpen. In het verleden is heel wat gegroeid op het gebied van ziekenzorg, onderwijs, gemeenschapsopbouw en nog veel meer. Jezus gebruikt het beeld van een mosterdzaadje dat uitgegroeid is tot een grote boom. Dat komt voort uit de inspanning die de mens levert. Een aandeel hebben in het goddelijk bestaan betekent knecht willen zijn. Wanneer die wij rol op ons nemen kan dienstbaarheid wonderen verrichten.

In een samenleving waarin kinderen opgegroeid zijn  als prinsen en prinsessen wordt duidelijk dat zij nooit geleerd hebben om dienstbaar te zijn. Alles moet aan hun ondergeschikt gemaakt worden. Zo krijgen wij te maken met mensen die zeggen wat moet gebeuren, maar daar zelf niets voor doen. De samenleving moet het hebben van mensen die leven in dienstbaarheid. Dat is ook de specie die de Kerk groeien laat.

Armoede en rijkdom

Armoede heeft altijd bestaan. Een sociale politiek kenmerkt zich door mensen leven te gunnen. Dit is meer dan eten en drinken. Het gaat ook om sociale contacten. De liberale politiek heeft er toe geleid dat armoede steeds meer toeneemt. Niet alleen van mensen met een minimuminkomen, maar ook van mensen uit de middenklasse. De rijken krijgen steeds meer toebedeeld door aandelen en eigendom. De anderen zien door stijging van de 

energieprijs, levensmiddelen en ga zo maar door de koopkracht dalen. Steeds meer doemt het spook op van schuld en armoede. Rijken hebben wel meer uitgaven, maar het doet hun niet echt wat. 

 In het verhaal van Lazarus en de rijke horen wij hoe schrijnend het leven van een arme kan zijn. Hij ziet hoe rijken  eten verkwisten. Liever wordt dat wat overblijft aan de hond gegeven dan aan de noodlijdende medemens. De rijke kan de confrontatie met God ontlopen. Maar bij de dood worden de rollen omgedraaid. Wie in zijn aardse leven niet uitdeelde van zijn overvloed telt voor God niet mee. Liefde en geborgenheid komen hen niet toe. Alleen een plaats van gemis en verlangen. De arme Lazarus mag nu leven in de volle liefde van God. Rijken staan er niet bij stil dat hun bezit maar tijdelijk is. 

Ook in onze tijd zie je dat het terzijde schuiven van God gevolgen heeft voor het omgaan met medemensen. Hij blijft de aanwezige die je niet kunt ontkennen. Wanneer mensen leven in rijkdom hebben ze vaak het gevoel dat ze God niet nodig hebben. Wie zich openstelt voor Hem zal niet alleen zelf veranderen, maar ook de samenleving waarin men staat. In die zin blijft het geloof een kracht die wij niet moeten onderschatten.

Sjoemelen is een levenskunst

Het woord sjoemelen heeft een negatieve klank. Het heeft te maken met bedrog plegen, vals spel spelen, oneerlijk handelen, knoeien met gegevens. Degene die zoiets doet wordt er beter van. Degene die bedrogen wordt is de dupe. In al het goede kun je kwaad zien en in alle kwaad het goede.  

Zo ziet Jezus in de onrechtvaardige rentmeester iets goeds. Dat deze oneerlijk is wordt niet als goed beschouwd. Maar dat hij werkt aan zijn eigen toekomst beschouwt Jezus als iets goeds. Hij wil na zijn ontslag ook verder kunnen leven en probeert wat vrienden om zich heen te verzamelen die hem zeker zullen helpen omdat hij hun een voordeel gegund heeft. Veel kinderen van het Licht (zij die geloven) blijven te veel hangen in het heden. Maar houden zich te weinig bezig met hun toekomt. God nu dienen betekent later ook bij Hem thuis kunnen komen. Dat vraagt nu om dienstbaarheid aan God en samenwerking met elkaar. 

Er zijn ook in onze tijd vele mensen die niet bewust bezig zijn met de toekomst. Er is weinig geloof in de hemel te bespeuren. “Is er nog wel iets na de dood”, hoor je hun zeggen. Maar ook bij de inzet voor de maatschappij is geen vreugde en onverschilligheid. “Wij hebben toch niets te zeggen. Wat haalt het allemaal uit. Je wordt alleen maar voor de gek gehouden”. Ook hier geldt dat van ieder van ons inzet gevraagd wordt om ons in te zetten voor de toekomst in de Kerk en maatschappij. Dan weten wij ook waarvoor wij leven.

De waarde van de gsm

Met een groter gezelschap vakantie  houden of een cultuurreis maken is vaak mooi, zeker als je aansluiting vindt. Toch weet ook iedere reisleider hoe moeilijk het is om een groep bij elkaar te houden. Bij een bezoek aan een museum wacht je elkaar op bij de ingang. Maar winkelstraten zijn vaak een grote verleiding. Wanneer je even een winkel ingaat om wat te kopen, trekt de groep verder en je vraagt je af: “waar zijn ze nu naar toe”. Dat kan ook gebeuren wanneer je een kermis bezoekt met allerlei attracties. Je wordt meegenomen door wat je allemaal ziet, maar waar is nu de groep gebleven. Je blijft staan in de hoop dat ze terug

keren om jou te zoeken. Een berichtje op de telefoon kan heel verlossend zijn. “We missen je, waar ben je”.  

 In de tijd van Jezus kende men nog geen gsm. Wanneer iemand uit de groep gemist werd, ging de verantwoordelijke op zoek naar de vermiste persoon. Jezus verwoordde dat in het verhaal van de herder die zijn kudde in de steek laat om het verloren schaap te zoeken. Zo is ook  God die zich niet alleen maar bekommert over de mensen die in de pas lopen, maar vooral ook aandacht heeft voor de mensen die van God zijn afgedwaald. Op een ander moment heeft Jezus gezegd: “Niet de gezonden hebben een geneesheer nodig, maar de zieken”. Zo laat Hij zien wie God voor ons is. 

De kudde die in onze tijd bij elkaar gebleven is, is niet zo groot. Vele schapen lopen verloren en hebben het houvast in hun leven verloren. Door God los te laten zijn ze aan zichzelf overgeleverd. Zeker wanneer men in die situatie berust komt men veel tekort. Anderen hebben een nieuwe kudde gevonden die op een andere manier zingeving aan het leven wil bieden. Ze denken dat daarin het nieuwe leven ligt. Als Kerk blijft onze aandacht uitgaan naar mensen die verloren lopen. Geen gemakkelijke opgave in deze tijd. Toch zien wij ook nu nog hoe bepaalde mensen hier vorm aan geven: aandacht voor zwerfjongeren, mensen die alleen staan samenbrengen en spreken over de liefde die Jezus voor ons heeft. Wie zich laat zoeken, zal ook gevonden worden. Zelfs een gsm kan wonderen doen hierbij. Even een berichtje of een praatje zodat de ander weet: er wordt aan mij gedacht. Zo kunnen wij ook in onze tijd er aan bijdragen dat mensen niet vergeten worden.

Aanpakken wat op je weg komt

Sommige mensen kunnen niet loslaten. Daardoor kunnen zij niets nieuws beginnen. Iemand die op zichzelf gaat wonen of een relatie aangaat moet zijn ouders en alles wat daarmee samen gaat loslaten. Hierdoor kan men ook een eigen leven opbouwen. Zekerheid of iets lukt heb je nooit. Maar wie de uitdaging aangaat om ook het moeilijke niet uit de weg te gaan, kan daar later met veel trots op terug kijken. Toch is het ook belangrijk om datgene wat je onderneemt slagingskans te geven. Iemand die zomaar aan iets begint zonder planning en overleg wordt vaak de persoon met de twaalf ambachten en dertien ongelukken. Geloven heeft alles te maken met vertrouwen, maar ook de realiteit niet uit het oog verliezen. 

 Daarover heeft Jezus het wanneer hij spreekt over de toekomst van mensen. Toen Hij het ouderlijk huis verliet begon Hij aan een nieuw periode in Zijn leven. Toen Hij op zijn levensweg niet alleen succes boekte, maar ook te maken kreeg met tegenslagen en moeilijkheden trok Hij zich niet terug. Toen Hij naar Jeruzalem trok was dat geen onvoorbereid plan, maar een doelbewuste keuze. Zo heeft Jezus Zijn leven ingevuld. Dat vraagt Hij ook van ons: keuzes durven te maken.

Drie dingen zijn voor een mens belangrijk: vertrouwen op zichzelf, vertrouwen op de ander en vertrouwen op God. Dat zijn zaken die ook nu nog belangrijk zijn. Maar ook hier zien wij de zwakheid van onze tijd. Een samenleving waarin steeds minder verbanden zijn, werpt veel mensen terug op zichzelf. Daardoor wordt veel menselijk talent niet gebruikt. Dat merken wij ook in onze tijd.

Remmen los gooien is geen vakantie

Soms komen er wel berichten door van mensen, jong en oud, die naar Spanje,  Italie en andere plaatsen gaan waar ze zich tegoed doen aan drank, vernieling, intimidatie en geweld. Ver van eigen huis worden ze toch niet gezien en laten ze hun ware aard zien. Ze laten zich leiden door de lagere lusten. Ze beseffen  te weinig dat ze een negatief beeld achterlaten van het land waar ze vandaan komen en de familie waar ze uit voorkomen.

En verknoeien daarmee ook het aanzien van medelanders. “Die zullen allemaal wel zo zijn”, wordt dan gezegd. Ook in de vakantie geldt dat je de eigen verantwoordelijkheid serieus moet nemen, waar je ook bent.

Jezus wijst ons er op dat we voortdurend bedacht moeten zijn op situaties die we niet voorzien hadden (de komst van de bruidegom), waardoor het leven een andere wending krijgt. Niet profiteren van mensen waar je te gast bent, maar bescheiden blijven in je gedrag. Tijdens de vakantie blijft het denken aan God belangrijk. Leven vanuit Zijn bestaan betekent genieten van het mooie: nieuwe kontakten waar wij van leren, kunst en cultuur met bewondering in ons opnemen en op een ontspannen manier met elkaar omgaan. Dan wordt de vakantie een tijd die ons rustig maakt en alles in balans brengt om de draad van het leven weer opnieuw op te kunnen pakken. Vrij zijn komt zo in een ander perspectief te staan. Genieten van datgene wat thuis niet vanzelfsprekend is: een feestelijke maaltijd, een goed gesprek en even vrij zijn van allerlei verplichtingen. 

Veel mensen blijven ook gewoon thuis in de vakantietijd. Het is een tijd van bezoeken afleggen aan familie, vrienden of bekenden of zomaar een dagje er op uit. Ook is het een tijd om gasten te ontvangen om daarmee oude contacten te vernieuwen. 

Soms vergeten we dat er ook mensen zijn die zich in de vakantie alleen voelen. Ze kijken uit naar vertrouwde mensen die even niet op bezoek komen omdat ze vakantie hebben. Het is ook goed om ook voor hun extra aandacht te hebben. Tenslotte zijn er mensen die in de vakantie op hun post blijven en dienstbaar zijn. Zij zorgen er voor dat wij van onze vakantie kunnen genieten, maar er ook zijn bij ziekte of tegenslag. Ook in de parochies blijven mensen beschikbaar voor dienstverlening in allerlei vormen. Laat ook hun merken dat ook hun inzet wordt gewaardeerd. In die zin wens ik u alle moois toe in de komende tijd.

De rijdende rechter

Wie het programma van de rijdende rechter volgt, merkt dat er tussen mensen heel wat problemen kunnen spelen. De ene keer gaat het over de erfscheiding, een andere keer over de kat die over de muur klimt en vogeltjes vangt, weer een andere keer over het geluid dat te hard klinkt en ga zo maar door. Als mensen er niet meer op een fatsoenlijke manier uitkomen, moet er een derde bijkomen die een uitspraak moet doen. Je merkt vaak bij dit soort situaties dat emoties de boventoon voeren en het ...

verstand even op vakantie is. Zelfs als er een uitspraak komt blijkt dat bepaalde mensen niet tegen verlies kunnen. Zij gaan er gewoon van uit dat het recht aan hun kant staat.

 Jezus werd vaker uitgenodigd om te bemiddelen in een conflict. Het ging soms over wat je wel of niet vanuit het geloof mag doen, of wat je nu werkelijk moet geloven. Jezus weet op een handige manier de bal weer terug te kaatsen naar de mensen die met elkaar een meningsverschil hebben. Zo ook wanneer iemand bij Hem komt om te bemiddelen bij een erfenis: “Zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt”. Bij erfenissen gaat het vaker niet over waar je recht op hebt, maar de hebzucht verstoort heel wat verhoudingen. Sommigen zijn niet uit op het ‘hebben’ en willen er ook geen ruzie over, anderen krijgen maar steeds niet genoeg en bedenken van alles om steeds meer te krijgen. In deze situaties verliest men vaak de werkelijkheid uit het oog. Een mens kan plannen en verzamelen, maar uiteindelijk moet ieder van ons alles achter zich laten wanneer God ons tot zich roept.

Van het leven dat wij hebben gekregen, mogen wij iets moois maken. Conflicten bederven het levensgeluk van mensen. Het is jammer om daarmee onze tijd te verspillen. Het leven van de ander zuur maken is verknoeien van eigen en andermans tijd. God heeft ons tot een hoger levensdoel geroepen. In ons omgaan met elkaar laten zien hoe God onder ons kan wonen is onze roeping. Niemand blijft eeuwig op aarde. Wie opgeroepen wordt door de Heer kan niet anders dan gewoon gaan. Het is goed om daarbij stil te staan 


Kijken naar boven en naar mensen om ons heen

Er zijn mensen die alleen maar gericht zijn op krijgen voor zichzelf. Ze vergeten dat daarbij de ander ook onze aandacht nodig heeft. Waarom zou iemand die een miljoen met de staatsloterij gewonnen heeft dat niet kunnen delen met anderen die tekort komen. Het geeft vreugde en inhoud aan ons leven

 Jezus leert zijn leerlingen dat God altijd op de eerste plaats moet komen: Uw Naam worde geheiligd. Uw Rijk kome.

Daarnaast mogen wij ook aan onszelf denken en  vragen wat wij nodig hebben: Geef ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden. De mens heeft niet alleen voedsel nodig, maar ook barmhartigheid. Jezus geeft de leerlingen mee dat wat zij voor zichzelf vragen ook aan anderen moeten schenken. Hiermee krijgt het bidden een sociale dimensie. Mensen die van God voedsel ontvangen moeten ook geven aan mensen die honger en dorst lijden. Wanneer dat gebeurt laten wij zien wat geloven betekent: solidariteit met de medemens. Dat geldt ook voor vergeving. Als wij het zelf fijn vinden om vergeving te ontvangen, dan is het ook goed om anderen weer een nieuwe kans te geven. Zo zorgt God er uiteindelijk voor dat wij zorg dragen voor elkaar.

Als God kleiner moet gaan wonen zegt dat ook iets over de mensen die geloven. Naarmate wij meer ruimte nodig hebben voor onszelf, moet God met steeds minder tevreden zijn. Zijn actie radius wordt steeds kleiner. In die zin kan het huis van God nooit groot genoeg zijn. 

Van servicekerk naar community

Er komen vanuit parochianen nogal eens berichten over klachten van bestaande situaties. Het gaat nu eens over het onkruid op het kerkhof, dan weer de kerkdeur die geverfd moet worden, een fout in de kerkberichten en ga zo maar door. Zien  wat er moet gebeuren is al heel belangrijk. Maar als parochiegemeenschap kunnen wij meer voor elkaar betekenen naarmate  mensen ook bijdragen aan de oplossing daar van. Engagement door een bijdrage te leveren biedt een geloofsgemeenschap meer mogelijkheden. De kerk heeft toekomt naarmate er geloof en gemeenschapszin is.

In het verhaal van Martha en Maria zit een spanningsveld tussen doeners en niet doeners. Martha weet niet wat ze allemaal aan moet slepen om Jezus goed te verwennen. Ze neemt zich niet de tijd om eens rustig bij Jezus te gaan zitten. Maria zit volledig in de ruststand en luistert aandachtig naar Jezus. Ze krijgt alles mee wat Hij te vertellen heeft. Maar Jezus zal niet snel door haar op gewicht blijven. Zou Martha er niet geweest zijn, dan zou Jezus met een lege maag weer vertrekken. In beide personen zit wat goeds. Ze kunnen elkaar goed aanvullen. Bezinning en actie horen bij elkaar.

Bij de H. Benedictus was het levensmotto: ora (bid) et labora (werk). Beide activiteiten kunnen in één persoon goed samen gaan. Je bezinnen op datgene waar je mee bezig bent is nodig om te vernieuwen en op te bouwen. Zelf actief zijn in een geloofsgemeenschap levert vitaliteit en inspiratie op. Naarmate meer mensen beschikbaar zijn kan de community ook meer voor anderen betekenen. Het is fijn wanneer mensen zien wat er moet gebeuren. Maar als kerk is het ook fijn om te horen: je hoeft het niet alleen te doen. Ik help je daarbij. Dan krijgt de christelijke liefde uitstraling en kracht. 

Hulpverlening is onderdeel van geloof

Heel veel wat te maken heeft met dienst aan de mensen is aan het vastlopen. Zo klaagt de jeugdzorg over gebrek aan mankracht. De politie vraagt om meer personeel, er zijn handen tekort aan het bed, het onderwijs schreeuwt om leerkrachten. Was in het verleden het woord professionalisering het toverwoord, tegenwoordig is geld het probleem. Alles is haast onbetaalbaar geworden. We zijn ook gewend dat alles betaald moet worden. Economen bepalen hoe zorg aan mensen er uit komt te zien.

Jezus vindt dat het dienen van God op de eerste plaats komt met alles wat je hebt: hart voor de ander, kracht en verstand. Maar je kunt dat niet los maken van dienst aan de medemens. Voor de ander doen wat je van de ander verwacht. Het wordt heel concreet in het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Ongeluk treft je en je kunt je je er niet tegen indekken. Het overkomt je wanneer je beroofd wordt, zelfs mishandeld en weerloos alleen achter blijft. De mensen van wie je het zou verwachten laten de man aan zijn lot over: de professionals zoals de bedienaar van de tempel, de wetgeleerde. Ze weten wat ze moeten doen en onderwijzen dat ook, maar geven zelf niet het goede voorbeeld. Degene van wie je het niet zou verwachten verzorgt de wonden van de mishandelde mens, brengt hem naar een overnachtingsplaats en betaalt zelfs voor een goede verzorging. Onbegrijpelijk voor de Joden, want Samaritanen stonden niet in hoog aanzien. Toch doet die laatste ons voor wat geloven is.

Zo zijn er ook in onze tijd mensen die juist beschikbaar zijn voor mensen die ziek zijn, of eenzaam of hulp nodig bij maaltijdvoorziening of vervoer. Heel vaak zijn het ook mensen die handelen vanuit het geloof in God. Zij zijn de evangelisten in onze tijd.  

Arbeiders voor de oogst

Het klinkt ons niet onbekend in de oren. Ook nu zijn er vele sectoren die roepen om arbeiders. Horecagelegenheden zijn noodgedwongen een paar dagen gesloten, boeren hebben onvoldoende mensen om asperges te steken, of fruit van de bomen te plukken. Ziekenhuizen komen arbeidskrachten te kort en ook binnen de kerk kunnen wij nog heel wat mensen gebruiken: voor het kerkhof, kerkgebouw en kerkgemeenschap.

 Wil je mensen meekrijgen, dan moet je zorgen dat ze eerst enthousiast worden. Daarom zendt Jezus zijn leerlingen er op uit. Ze zijn kwetsbaar omdat zij van de gastvrijheid van anderen afhankelijk zijn. Maar ook ontvankelijk voor datgene wat hun aangeboden wordt. Mensen die niemand nodig hebben stellen zich onafhankelijk af. Dat is iets wat Jezus niet wil. Hij wil de mensen laten voelen dat Hij hun nodig heeft. Mensen die alles weten en alles gezien hebben hoeven niet naar anderen toe. Het is hun niet gegeven om te zien en te luisteren.  Jezus vindt het belangrijk om te leren en niet eenzijdig een boodschap te presenteren. 

Paus Franciscus benadrukt voortdurend dat dit nodig is om de Kerk te vernieuwen. Wie alleen maar de begaande paden wil gaan komt steeds meer van de werkelijkheid af te staan. Wie alleen maar wil onderrichten en niet kan luisteren stoot mensen van zich af omdat ze ook gevoelig zijn voor eigenwaarde en bevestiging. Er zijn ook nu nog heel wat mensen die open staan voor het geheim van het leven en het bestaan van God. Hun laten voelen dat Jezus ons allen nodig heeft en welkom heten is ook de opdracht van onze tijd.

Sacramentsprocesie 2014 / foto:w.g.

De topper van christelijk leven

De eucharistieviering is bedoeld om samen met de geloofsgemeenschap te vieren.  Beat en gospelmuziek voor jongeren moesten wat levendigheid brengen. Koren luisterden met mooie zang de vieringen op. Ook de blaasmuziek deed zijn intrede. Naarmate zang en muziek overheerst raakt Christus op de achtergrond.  Koorleden kijken of ze goed gezongen hebben en zijn kwaad of teleurgesteld  wanneer ‘hun optreden’ niet goed geweest is. Er zijn organisten die muziek spelen, maar niet de teksten van de liturgie volgen. Bij een communieviering is het belangrijk dat ouders hun kind zien. De priester moet acteur zijn die aanspreekt bij het brengen van de boodschap. Zo is ieder bezig met zijn eigen toko. Maar de aandacht voor de eucharistie waarin Christus alle aandacht verdient komt op de achtergrond. Daardoor wordt het wezenlijke van het geloof gemist. “Als het maar leuk is”, is een veel gehoord geluid. 

Mensen die het Leven van Jezus centraal stellen ervaren de betekenis van de eucharistie als een grote rijkdom omdat zij gericht zijn  op de Ander. Wezenlijk is de ontmoeting met de verrezen Heer. Er zijn andere momenten waarin Jezus bij ons is zoals bij de opname in de kerk, het toegerust worden met de Heilige Geest, het gesterkt  worden bij een ernstige ziekte, het bevestigd worden in een bepaalde levensstaat en het ervaren van Gods barmhartigheid. Al deze aspecten komen in de eucharistie bij elkaar en zo wordt de liefde van God in Jezus  heel tastbaar.  De eucharistie is de topper van het christelijk leven.  

Speciaal op Sacramentsdag wordt hiervan getuigenis gegeven wanneer de processie uit trekt met het mee dragen van het Allerheiligste. Waar de waardering voor de eucharistie verdwenen is wordt de processie steeds meer buitenkant. Vergeten wordt dat het geloof aan de grondslag lag van deze traditie. Waar  het geloof in Jezus’ aanwezigheid verdwijnt neemt ook het draagvlak af om door dorp of stad te trekken. Sacramentsdag nodigt ons uit om stil te staan bij God ons te zeggen heeft: “Ik heb de mensen lief gehad tot het uiterste toe. In Jezus is dat ook zichtbaar geworden. De liefde van God wordt zichtbaar in de liefde voor elkaar. 

Verstand leidt niet altijd tot geloof

Verstandige mensen laten zich niet alleen leiden door het gevoel, maar ze wikken en wegen ook met hun verstand wat de goede keuze is. Het leven leert ons dat je niet alles kunt beredeneren en dat je je vaker moet laten leiden door de ervaring van anderen en van je zelf. Veel van wat we doen gebeurt zonder er te veel over na te denken. Ook voor ons geloven geldt dat je een aantal dingen niet kunt beredeneren, maar vanuit je hart moet opnemen en verstaan. Dat geldt ook voor het geheim van de Heilige Drie-eenheid

 Mensen hebben H. Drie-eenheid inzichtelijk willen maken door een bepaalde uitleg. Zo nam de juffrouw in de klas drie lucifers en zei: hier zijn drie verschillende lucifers en toch vormen zij één vlam. Naarmate je meer groeit in het geloof ontdek je dat elk beeld tekort schiet om de grootheid van God te duiden. In het christelijk geloof is de drie-ene God niet weg te denken bij datgene wat wij in de christelijke kerken vieren. Dit wordt zichtvaar in het gebaar van het kruisteken en zegen: in naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Deze brengen ons samen en zenden ons uit.   

In de geschiedenis van de Kerk zien wij dat elke tijd zijn accenten kent. De ene keer is dit het beeld van de strenge en rechtvaardige God. De andere keer is het weer de aandacht voor Jezus in de verering van het H. Hart. Of als voorbeeld van leven om ook onze toekomst in te vullen. In onze tijd wordt veel nadruk gelegd op de H. Geest. Deze wordt geduid als de motor van geloof en Kerk. De H. Geest vernieuwt en sterkt. We merken als het geloof verdwijnt werkt dat op alles door. Waar wij nieuwe bezieling ontvangen ontstaat iets nieuws

Pinksteren, bezield verband

Jongeren die deelnemen aan de wereldjongerendagen ervaren de samenkomsten als weldadig. Je verstaat elkaar, ook al spreek je niet dezelfde taal. Je zoekt  naar zingeving voor je leven en ontdekt in Jezus nieuwe aspecten die het leven  de moeite waard maken. Je ontmoet ook leeftijdgenoten die evenals jij op zoek zijn naar wat het geloven voor je leven berekent. Bij de vieringen ervaar je de Kerk als geloofsgemeenschap, waarbij Jezus werkt als een soort magneet. Daarin ervaar je samen hoe Jezus dicht bij ons is. Thuis worden de wereldjongerendagen opgeslagen in het geheugen als een mooie foto of film. Maar weinigen bouwen daarop voort. 

Wat in parochies vaak gemist wordt het bezield verband. Doordat iedereen zijn eigen ding doet heeft men het ontzettend druk met van alles en nog wat. De Heilige Geest vraagt ruimte om mensen bij elkaar te brengen zonder onderscheid en iets nieuws te beginnen. Tradities zijn zinvol, maar kunnen ook verstikkend zijn. Vaste gebruiken geven zekerheid, maar leiden ook tot een sleur. Wanneer je het gevoel hebt alleen te staan in je geloof, verdwijnt dit ook weer snel naar de achtergrond.  

Pinksteren nodigt ons uit om elkaar te zoeken en op te zoeken. De mooie momenten met God zijn niet slechts losse gebeurtenissen, maar een schakel die ons verbindt met de toekomst. Op weg gaan met God is als een huis waaraan je altijd blijft bouwen. Het is nooit af. Maar het bevat ook voor ieder een kamer met ramen en deuren om met de buitenwereld verbonden te zijn. Je afsluiten van de ander is dodelijk voor het geloof in God.

Eenheid: elkaar dragen en verdragen

Er zijn gezinnen waar je voelt dat er een goede band is met elkaar. Verjaardagen zijn gelegenheden om elkaar te ontmoeten. Op blijde en droevige momenten is er betrokkenheid op elkaar. Wanneer er een afscheid geregeld moet worden is er een sfeer waarin respect is voor elkaar en waarin men elkaar ook ruimte geeft. Het is een weldadige sfeer om in zo’n wereld te mogen vertoeven.

De Kerk wordt ook wel eens vergeleken met een gezin. Jezus heeft onder zijn leerlingen een sfeer gebracht van verbondenheid. Er waren wel eens spanningen, maar dat werd uitgesproken. Er werd wel eens impulsief gereageerd, maar dat werd ook vergeven. Wanneer bepaalde personen wat meer als vertrouweling golden werd dat geaccepteerd. Het vertrek van Judas op het einde van Jezus’ leven was een zwarte bladzijde. Hij vertrok als buitenbeentje en zorgde dat Jezus verraden werd. Jezus wist dat het bewaren van de eenheid vaak meer wens dan werkelijkheid is. Bidden om eenheid is er van uit gaan dat er nog Iemand anders is die hieraan kan bijdragen. Zo gaf Hij Zijn leven uit handen en legde de toekomst van zijn leerlingen in de handen van God.

Dat dit gebed van Jezus getuigt van werkelijkheidszin wordt ook duidelijk in het verdere verloop van de Kerk. Er komen meningsverschillen over wat wel en niet nodig is: wel of geen besnijdenis. Er wordt gediscussieerd over de vraag of Jezus alleen God is of alleen mens of allebei. Of Jezus werkelijk in de eucharistie aanwezig is of alleen maar symbolisch. Ook de plaats van de paus leidt tot discussie en afsplitsing. Zelfs het gesprek over de ware Kerk verdeelt mensen onderling. Toch zien we in onze tijd dat we elkaar moeten opzoeken en samenwerken. Als christenen mogen wij verschillend zijn, maar ons allen moeten richten op het zelfde doel: zich concentreren op het leven van Jezus. Dat brengt mensen bij elkaar. In een tijd waarin veel afgebroken wordt, zien wij ook hoe nieuwe initiatieven groeien. Spreken en discussiëren is belangrijk op zijn tijd. Studie en bezinning geven verdieping aan ons kerk-zijn. Het gebed blijft de motor waar alles op draait. Wanneer wij God blijven zien als onze Vader erkennen wij de afhankelijkheid, maar ook het vertrouwen dat Hij het is die aanvult wat ons ontbreekt.   

Het wordt nooit meer hetzelfde

We staan er niet bij stil dat in ons leven situaties aan verandering onderhevig zijn. Soms is dat aangenaam, maar vaker wordt met weemoed terug gekeken op het verleden. Wanneer goede mensen te ontvallen, zal menigeen die dit meemaakt zeggen: “het wordt nooit meer hetzelfde”.

 Dat zien we ook bij de leerlingen van Jezus. Door Zijn dood was er een grote leegte. Toen Jezus verscheen brak het licht van de verrijzenis door. Ze merkte dat Hij nog steeds onder hen was. Bij het opgaan naar de hemel kwam daar een einde aan. Verbouwereerd staarden zij Hem na. Een engel meldde: wat staan jullie omhoog te kijken. Kijk om je heen en pak je leven weer op. Ga door met het leven van Jezus door te geven. De leerlingen ontdekten dat de Heer nog steeds leeft door mensen die Hem zoeken en ontmoeten. Maar ook de Kerk vernieuwt.

Ook voor de parochies breekt een nieuwe tijd aan. Belangrijk is het dat plaatselijke gemeenschappen werken aan vitaliteit en taken oppakken  die niet altijd meer door priesters en religieuzen werden gedaan en toch nodig zijn. Door het doopsel zijn  wij daartoe allen geroepen. Samen werken met anderen is noodzakelijk om te overleven. Dat dringt langzaam door. 

Liefde is elkaar niet los laten

Heel wat mensen zijn in liefde met elkaar verbonden. Wie alleen maar uitgaat van een ideale situatie zal nooit tevreden zijn. Een man kan soms voor zijn vrouw een grote irritatie zijn. Een vrouw kan voor haar man een grote belasting zijn. Het verstand kent andere uitgangspunten dan het gevoel. Het verstand is vaak berekenend en koel en is snel met de oplossing. Uit elkaar gaan is de nieuwe weg naar geluk. Het gevoel zegt wat anders. Je hebt begrip voor het gedrag van de ander of accepteert het lastig karakter omdat er ook veel goede dingen tegenover staan. De ander los laten voelt als het in de steek laten van de ander van wie je nog diep in je hart steeds houdt. Daarom is verdraagzaamheid een belangrijk woord. Je cijfert je weg omwille van de ander.

 Wanneer Jezus spreekt over een nieuw gebod, dan is dat te zien in een bepaalde verband: “Jullie moeten elkaar liefhebben zoals ik jullie heb lief gehad”. Jezus heeft heel wat teleurstellingen  met zijn leerlingen mee gemaakt. Hij heeft het verdragen en liet hen niet los. Hij liet merken wat Hij er van dacht, maar nooit liet Hij ze vallen, zelf Judas niet die het noodlot over zichzelf had afgeroepen. Hij zegt tegen zijn leerlingen: als je op die manier de ander liefhebt kan men zien dat jullie mijn leerlingen zijn.

Ook de verwachtingen ten aanzien van de Kerk kunnen soms heel hoog liggen. Des te harder komt het aan wanneer mensen je tegen vallen of wanneer mensen die leiding geven weinig compassie met anderen hebben. Ook hier betekent liefde ‘elkaar niet los laten”. Sommigen begrijpen dit niet. Jezus heeft ons geleerd dat je moet leren leven met een kerk die niet volmaakt is, maar ondanks alles het gelaat van de Heer aan ons toont. 

Geroepen tot dienstbaarheid

De herder staat er om bekend dat hij de schapen bij elkaar houdt en ze brengt naar plekken waar ze voldoende voedsel hebben. Een pastor wordt ook gezien als een soort herder, die de mensen bij elkaar brengt. Voorwaar geen gemakkelijke opgave in deze tijd.

 Hoe is het mogelijk dat er in onze tijd zo weinig mensen zijn die het zorgen voor anderen beschouwen als een mooie levenstaak. Dat mensen een heel leven lang in liefde en trouw in dienst staan van de ander schrikt af. Liever denken wij in periodes die te overzien zijn. Dat zie je niet alleen bij het priester worden, maar ook in het huwelijk of in dienstbare beroepen. Het ideale is niet haalbaar en daarom maar bezien hoe lang iets haalbaar is.

In Jezus komt het beeld van de Goede Herder op een prachtige wijze naar voren toe. Hij investeert heel zijn leven in de zorg voor anderen. Sterker nog. In plaats van weg te gaan wanneer het moeilijk wordt blijft Hij trouw tot in de dood. Toch wordt vaak te weinig gekeken naar hoe Hij geleefd heeft, maar meer naar hoe mensen die falen in hun herder zijn. We treffen ze aan in alle lagen van de samenleving, ook helaas bij priesters. Dat blijft hangen en doet de Kerk, evenals de politiek niet goed. 

In die zin verwachten mensen van priesters integriteit, eerlijkheid, niet als belangrijkste waarde en voor gelovigen de kerk als plaats van samenkomst beschermen. Waar dat niet het geval is laat de priester zien dat hij zich niet onderscheidt van andere mensen. Onze roeping is heilzaam om de mensen te geven waar zij van leven kunnen. Een mooie uitdaging. 

Jezus laat ons niet in de steek

In onze tijd is het niet gemakkelijk om mensen te bereiken bij het brengen van Gods boodschap. Het wekelijkse kerkbezoek is niet meer vanzelfsprekend. Op scholen is de overdracht van het geloof niet meer aanwezig. En ook het verenigingsleven gaat niet meer automatisch het contact met de Kerk aan. Werkers in de parochies merken dat we andere wegen moeten gaan om de mensen weer te bereiken. Onlangs vond er een congres plaats over de missionaire parochie. Er kwamen nieuwe ideeën om de gemeenschap weer op te bouwen. Alles zal moeten gebeuren vanuit de verbondenheid met de Heer. Zonder identiteit kan de Kerk niet bestaan. Maar ook de betrokkenheid van mensen is nodig opdat de geloofsgemeenschap kan worden opgebouwd. Het is een proces van vallen en opstaan.

Soms lijkt het leven zijn uitdaging verloren te hebben. De apostelen namen het oude werk van het verleden op en gingen het meer op om te vissen. Wanneer zij terugvaren naar het strand zien ze daar Jezus staan, de verrezen Heer. Het herinnert hun aan de eerste roeping van bij het meer van Galilea. Daar wachtte Jezus hun op en nodigde hen uit om Hem te volgen. Nu vraagt Hij hun om eten, maar zij hebben niets gevangen en kunnen Hem niets aanbieden. Hij biedt hun aan om terug te keren en opnieuw de netten uit te werpen. Deze keer vangen zij zoveel vis dat de boten overvol zijn. Wie gehoor geeft aan Jezus’ woord mag daarvan ook de vruchten plukken. Nu zijn ze wel in staat om Jezus vis en brood aan te bieden. De maaltijd wordt een gebeuren waarin de leerlingen ervaren hoe de Heer voor hun zorgt.  

 Er zijn heel wat mensen die tijd en energie investeren in de Kerk. Bij hun is soms een gevoel van moeheid en somberheid. “Waar doe ik het voor” of “het haalt toch allemaal niets uit”. Je voelt de onmacht omdat men geen resultaat ziet. Jezus leert ons dat we niet moeten bouwen op onszelf, maar moeten vertrouwen op de Heer. Het gebed is onze grootste kracht en het inzicht dat daaruit voort komt helpt ons alles met andere ogen te bekijken. We hoeven het niet alleen te doen. Jezus staat ons bij. Van daaruit kunnen wij  momenten van bemoediging ervaren, van vreugde en dankbaarheid. Maar ook de moed om bakens te verzetten en nieuwe wegen te gaan.

Het hoofd kunnen buigen

Zo lang mensen menen dat het gelijk aan hun kant is kun je geen kant met hun op. Ieder heeft dat wel eens ervaren. Mensen, die je na aan het hart liggen, volgen alleen maar hun eigen waarheid en schenken geen gehoor aan mensen om hun heen. Op het moment dat men hier afstand van neemt kan er pas een verandering plaats vinden. De stap van hoogmoed naar nederigheid opent nieuwe perspectieven. Van bezorgdheid naar barmhartigheid geeft mensen nieuwe ruimte en kansen. Het verhaal van iemand wordt helemaal anders.

 Een aantal jaren geleden was er een accentverschuiving bij het verhaal van de apostel Tomas. Niet langer aandacht voor het ongeloof, maar nadruk op de barmhartige vader. Toen Jezus aan hem verscheen voelde Tomas dat hij verkeerd bezig was geweest. Hij gaf af op Jezus, die zijn leven bedorven had. De belofte van een mooie toekomst was een luchtkasteel en zijn levenseinde was weinig verheffend. Hij stierf als een misdadiger aan het kruis. Daarom wilde Tomas eerst bewezen zien dat Jezus werkelijk verrezen was. Totdat Jezus op een pijnlijke manier zijn vinger legt op de wonde van het ongeloof bij Tomas. De verrezen Heer confronteert hem hiermee. “Raak mijn wonden maar aan”, zegt Jezus. Vanaf nu af weet Tomas dat de wond die  Jezus het meeste pijn doet het ongeloof is. Bij bekering van Tomas straalt Jezus toekomst en barmhartigheid uit. Tomas laat ons zien dat het ook anders kan. 

In onze zijkapel hangt een afbeelding van Jezus, geschilderd door zuster Maria Faustyna Kowalska op aanwijzing van Maria. Dit schilderij van Jezus wijst ons op Gods barmhartigheid en vraagt om geloof in zijn liefde voor de mens en het licht voor ieder in Hem gelooft. Daar deert het kwaad  ons niet meer. De mens die zich met een nederig hart wendt tot God mag rekenen op Zijn bescherming en goedheid.

Preek 16 april 2022 (Pasen)

Beste medechristenen, 

Gistermorgen om 6 uur deed een collega hier in de buurt de paaswake in zijn kerk.  Voor 1962 was dat een gebruikelijk iets. Vooral het zegenen van het wijwater was voor de mensen belangrijk. Zaterdagmorgen trokken heel wat mensen naar de kerk om wijwater te halen. Daar stond in een grote kuip met wijwater en heel wat flessen werden daarmee gevuld.  Je kreeg weinig mee van het zegenen van de paaskaars en het wijden van het doopwater. Meestal was er niemand bij behalve natuurlijk de priester, de koster en enkele misdienaars. In het verborgene werd de verrijzenis van de Heer gevierd. In onze tijd is dat allemaal zichtbaar in de paaswake: het ontsteken van het vuur, het aanmaken van de paaskaars, het wijden van het doopwater en eventueel het toedienen  van de doop. Alles is zichtbaar geworden, maar het besef dat Jezus verrezen is moet er zijn in de harten van de mensen. Pasen is niet meer een feest dat gedragen wordt door de samenleving. Het is meer een sfeer scheppen met kuikentje, eieren en paasbrood.  Het geloof in de verrijzenis van de Heer wordt niet meer breed gedragen.

Geloven in de verrijzenis van Jezus betekent voor ons met vertrouwen binnen gaan in een nieuw land en een nieuwe situatie. Je zoekt het niet uit. Het overkomt je. In de coronatijd hebben mensen dat ook sterk ervaren. Veel mensen uit de horeca zochten naar ander werk en ontdekten dat dit vaak een aantrekkelijker manier van leven was: regelmatige werktijden, goed loon en meer tijd voor jezelf en het gezin. Velen willen dan ook niet meer terug naar de horeca. Ook binnen de kerk begon men te zoeken naar andere vormen om mensen te bereiken. Het live streamen van vieringen in de kerk groeide. Er zijn meer missen te zien dan dat tijd om er naar te kijken. Ook in het onderwijs werd men creatief. Lessen werden gegeven via de digitale weg . Nu de maatrelen weer verdwenen zijn zou je denken dat mensen daarvan geleerd hebben en het geloof weer meer gingen waarderen. Het tegendeel is waar. Je ziet dat men dingen die men gemist heeft wil inhalen. Bij vereniging een aantal leden weggevallen ook omdat men de verplichtingen niet meer wil. Het leven ging weer verder op de oude voet, behalve dat de armoede toenam, de vrede verstoord werd en sommigen nog bleven hangen in de angst voor corona. Het geloof in God, zo konden wij lezen is onder de 50 procent gedaald en het klinkt vaak als een overwinning. We hebben het voor elkaar gekregen om God uit ons leven te bannen.

Wie werkelijk kijkt naar wat aan het gebeuren is, neemt andere dingen waar. Bij communicantenouders en hun kinderen was een blijdschap te zien dat er weer gevierd mocht worden. Maar ook groeit de overtuiging dat we met de kerk nieuwe wegen moeten inslaan. Geen moreel kompas dat voorbijgaat aan het leven zonder nuanceringen, meer oog voor de beleving dan voor de ingeslopen gewoonte. Minder priesterkerk en meer bouwen op mensen ter plaatse om de kerk in stand te houden. Dan kunnen ook kerkgebouwen blijven bestaan. Blijven steken in het oude is wat Jezus noemt het zoeken van de levende bij de doden. Nieuwe wegen durven te gaan laat ons Jezus herkennen als degen die niet weg is, maar die wij tegenkomen in ons leven als een trouwe metgezel en als de verrezen Heer. 

Hierin kunnen geloven vraagt van ons dat wij afstand doen  van zekerheid en ons durven toe te vertrouwen aan de verrezen Heer. Ons niet alleen laten leiden door dingen die altijd zo geweest zijn, maar ook ingaan op de uitnodiging om iets nieuws te beginnen. In het paasevangelie voelen wij dezelfde dingen. Vrouwen gingen naar het graf en wilde het dode lichaam verzorgen. Maar ze ontdekten dat het graf leeg was. De leerlingen van Jezus zagen wel dat Jezus weg was, maar wisten niet wat er gebeurd was. Het geloof in de verrezen Heer ontwikkelde zich stap voor stap.  De verschijningen werden belangrijk voor het groeien van het geloof. “De Heer is niet hier, Hij is verrezen”, sprak een engel. Langzaam drong het besef door dat Jezus nog steeds onder ons is. Dat Jezus verschijnt gebeurt nog steeds. Niet in ons blind staren op wat voorbij is. Maar kijken naar mensen die Jezus ook nu willen volgen. Vele mensen willen God niet kwijt en zien Jezus als kompas voor hun leven. In de structuren van de Kerk zien we dat het een en ander aan het veranderen is. Het besef wordt sterker dat Jezus onder de mensen herkenbaar is en niet in universiteitszaal of kantoor. Mogen wij niet blijven hangen in een vasthouden aan oude dingen, maar ons hart openen voor de Heer die nog steeds in liefde met ons verbonden is. In die zin wens ik u een gezegend paasfeest toe      

Vrij zijn om te leven

Ieder ontdekt in zijn leven dat vrijheid een beperkt begrip is. Wanneer iedereen doet wat men wil zonder rekening te houden met anderen wordt het leven een hel. Maar er doen zich ook situaties voor dat men in datgene wat men als opdracht ziet  door allerlei  eisen en regels niet aan toe komst. Mensen in de gezondheidszorg kunnen niet altijd werken zoals ze willen omdat regels hun beperken of eisen gesteld worden die hun afhouden van datgene waartoe zij zich geroepen voelen. Datzelfde geldt ook voor mensen bij de sociale dienst. Het toepassen van regels leidt niet altijd tot de juiste hulp en is soms in tegenspraak met datgene wat men in zijn hart wil. Ook in het pastorale veld ervaren wij beperkingen wanneer het gaat om de bekommernis van mensen op velerlei gebied. De verrijzenis is dan ver weg en de dood is erg nabij. 

 Door Zijn verbondenheid met God straalde Jezus een vrijheid van leven uit die Hem niet in dank werd afgenomen. Met Zijn dood zou het oude levenspatroon weer terugkomen hoopten degenen die Hem de dood injoegen. Jezus verraste de mensen door zijn opstaan uit de dood en verrijzenis. Het wonder dat Zijn leven verder ging gebeurde toen Hij mensen meenam om in vrijheid te leven naar Gods bedoelingen. Het wonder van de verrijzenis is geen eenmalig gebeuren, maar voltrekt zich telkens waar mensen in Jezus geloven en zich los maken van wat dodelijk is. 

De mens die niet in de verrijzenis gelooft laat zich leiden door angst, somberheid of opgaan in de waan van de dag. Constructief bouwen aan de wereld van morgen is er niet bij.  Ook mensen die letten op de fouten van anderen breken meer af dan dat ze opbouwen. De mens die zich laat leiden door de verrezen Heer bouwt op de hoop, de liefde en het geloof. Jezus leidt ons binnen in het geheim van de verrijzenis door het verzet tegen een wereld die de mens onderdrukt en monddood maakt. Daarin vindt het wonder  van de verrijzenis plaats. Samen met Jezus aan de slag gaan wordt van ieder gevraagd die Pasen wil vieren. Natuurlijk is een paasei leuk, maar met Pasen gaat het om de verrezen Heer.       In die zin wens ik u een gezegend paasfeest toe. 

Leven met realiteitszin

 De week voor Pasen is een periode met heel veel diepgang. Als mensen je toe juichen betekent dat niet dat je voor altijd bejubeld wordt. Want even gemakkelijk laten ze mensen vallen. Dat heeft zelfs Petrus ondervonden. De haan op de palmpaasstok doet ons hieraan denken. Toen een dienstmeisje vroeg “jij behoorde toch ook tot de vrienden van Jezus” ontkende hij dat in alle toonaarden tot drie maal toe. 

Achter de feestelijke kleuren is het kruis verscholen. De palmtakken getuigen er van dat Jezus welkom is in ons leven. Ook als hij door mensen ter dood wordt gebracht. Jezus leert ons dat de dood niet het laatste woord heeft. De belofte van het nieuwe leven herkennen wij in het nieuwe leven dat zich openbaart in de natuur, maar ook  in het leven van de mens zelf. In die zin een fijne voorbereiding op Pasen toegewenst

Leer en leven

Afgelopen week bezocht ik Breskens, waar Omer Gielliet tot zijn 90e levensjaar pastoor was in de barbarakerk. Geïnspireerd door het geloof heeft hij prachtige houtsnijwerken gemaakt die in de kerk en op andere plekken te bewonderen zijn. In zijn leven sprak hij meer als kunstenaar dan als theoloog over het geloof. Luisterend naar degene die een rondleiding gaf had ik de neiging om hem bij een bepaalde geloofsuitleg te corrigeren, maar gelukkig kon ik het opbrengen mij luisterend op te stellen en begreep dat we uiteindelijk aan het zelfde punt uitkwamen: dat Jezus onder ons is.  

 Op zijn eigen manier had hij het tabernakel een plek gegeven. In hout was een beschermende hand uitgesneden en onder aan de voet stond het tabernakel. Toen een nieuwe pastoor kwam, was diens commentaar: dat tabernakel staat veel te laag. Ik moet tot op de grond knielen. Waarop de koster zei: dat is ook de bedoeling. “Uit eerbied voor de Heer moeten wij zelf ons heel klein maken”. Dat is wat Jezus ook deed in zijn omgang met de mensen. Hij daalde af tot het niveau waarop de mensen stonden en vandaaruit gaf Hij hun de kans om op te staan tot nieuw leven.

Prachtig komt dat naar voren in het verhaal van de overspelige vrouw. De wetgeleerden en farizeeën vonden dat ze niet meer leven mocht. Op overspel stond de doodstraf. De wet is duidelijk en bij het uitvoeren daarvan heb je je plicht gedaan. Jezus schrijft de Wet niet af, maar confronteert de aanklagers met zichzelf. “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”. En beschaamd dropen ze af. En daarna tot de vrouw: “Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer”. Dat is ook hoe wij als Kerk met mensen moeten omgaan: als een herder die mensen brengt naar een plek waar ze weer volop leven kunnen vanuit Gods liefde. Je zelf klein maken opdat de ander weer kan opstaan en leven.

Weggelopen kinderen

Regelmatig zie je berichten van jongeren zijn weggelopen of uit een tehuis zijn verdwenen. De redenen om weg te gaan zijn van allerlei aard: problemen in de huiselijke sfeer of een stuk vrijheid willen beleven. Wegelopen jongeren staan niet stil bij het verdriet van ouders die zich machteloos voelen. 

 De meesten keren na enkele dagen of geruime tijd later weer terug. De mededeling is dat de vermiste gevonden is, maar nooit zie je vermeld hoe de weg gelopen persoon ontvangen is. Waarschijnlijk herkennen wij veel terug van dit gebeuren in het verhaal dat Jezus vertelde. De jongste vertrok uit onvrede en verbraste heel zijn bezit.

Toen hij niet  anders meer kon keerde hij terug en werd koninklijk ontvangen. “Mijn zoon, je was dood en bent weer levend geworden”. Door schade en schande wijs geworden stond hij weer open voor de liefde van de Vader en de liefde voor God. 

Geduld dat niet opraakt

Andere mensen de schuld geven van allerlei dingen die gebeuren is iets van alle tijden. Zo wijzen in onze tijd vele vingers naar Poetin, die de oorzaak van alle ellende is. Maar ook zijn er mensen die  anderen durven aan te wijzen als veroorzakers van het kwaad zoals de EU en Amerika. Niet altijd in dank afgenomen.

Jezus leert ons dat wij niet alleen naar de ander moeten wijzen, maar dat in ieder van ons de oorzaak van kwaad schuilt. In plaats van mensen te veroordelen wijst Jezus op de barmhartigheid van God. Mensen afzonderlijk, maar ook gemeenschappen brengen niet altijd vruchten voort van vrede, vriendschap en geloof. Moet er vergelding plaats vinden of biedt God om een andere benadering.

 Je bewust worden van de keren dat je nieuwe kansen kreeg maakt ons bescheiden en dankbaar. Ook dat hoort bij de 40-dagentijd. In alles brengt Hij ons uiteindelijk naar het beloofde Land.

 

Vastenzondag-2-2022

Vertrouwen op Gods belofte

Wij zijn een volk dat houdt van plannen en berekenen. Daarmee denken wij de toekomt in handen te kunnen houden. Planmakers beseffen te weinig dat veranderingen plannen in de war kunnen schoppen. Er bestaat nog een andere manier om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Je leven biddend leggen in Gods hand en je hart open stellen voor datgene wat Hij ons aanreikt.

Niet voor niets wordt Abraham de vader van het geloof genoemd. Door een stem die in Hem sprak maakte hij zich los van zijn familie en gewoontes en ging op weg naar het beloofde land. Niet dat alles zo gemakkelijk verliep en soms moest hij 

een boost krijgen om het geloof niet te verliezen. Maar uiteindelijk kwam hij terecht in het land dat God hem beloofd had. Kijken in de toekomst overkwam ook de leerlingen Jacobus, Johannes en Petrus. Terwijl er nog niets aan de hand was, zagen zij wie Jezus was. Hij stond midden in de Joodse traditie van Wet en profeten. Dat visioen deed hun zo veel dat zij niet meer terug wilden naar het gewone leven. Dit beeld wilden ze  vasthouden. Toch werd hun duidelijk dat er van hen nog veel offers gevraagd zouden worden: geestelijke strijd en onbegrijpelijke hardheid. Om tot verheerlijking te komen moest Jezus eerst lijden en sterven. 

Jonge mensen ervaren dat berekeningen vaak snel achterhaald worden. Daarom is het belangrijk om in een veranderende situatie je aan te passen en nieuwe wegen te gaan. Zij die slagen zeggen dat ze de juiste keuze gemaakt hebben. Maar anderen ontdekken dat er ook een God is die je leven leidt en richting geeft aan je leven. We leven mee met de mensen in Ukraïne die overkomt waar ze niet om gevraagd hebben. Maar ook wij weten niet wat ons te wachten staat. Vertrouwen op God is dan het kompas dat wij hebben. Mogen wij ons daarin veilig weten.

 

Vasten, iets van deze tijd?

Ouderen vertellen over het vastentrommeltje in hun jeugd. Snoepjes die je kreeg werden in een trommel gedaan  en op zondag was de dag dat je het lekkere zoet opat. De tandarts kwam in dat verhaal niet voor. Je iets kunnen ontzeggen raakte helemaal uit de gratie.   Genieten verdrong het vasten. Alleen    werken aan je gewicht en figuur bleef over als reden om je wat te ontzeggen. Daarna kwam de vastenactie. Geven aan mensen in de derde wereld was het nieuwe vasten. Het liep vele jaren goed omdat er contact was met een veelheid aan missionarissen. 

Je gaf aan deze mensen omdat zij het vertrouwen hadden van velen. Door de verbinding met ontwikkelingssamenwerking Cordaid verdween de inbreng van de Kerk steeds meer op de achtergrond. Daarom leeft de vastenactie in veel parochies niet meer omdat er geen emotionele band is met degene die je ondersteunt. Vasten is ook bidden. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen opdat het lot van een volk of land ten goede mag keren. Zo heeft de vasten in onze contreien steeds minder betekenis gekregen. 

De vasten een nieuwe impuls geven is een uitdaging voor onze tijd. Jezus laat zien dat vasten zinvol is. Voordat Hij  aan zijn openbare leven begon verbleef hij veertig dagen in afzondering. Daar werd Zijn keuze voor God heel concreet. God kwam op de eerste plaats. Jezus wilde Hem dienen. Daarmee wees Hij ook bezit, macht en show af. Hij zag dat als een belemmering om voor God te leven. Het vasten in de dorheid van de woestijn had hem geestelijk gevoed. Hij ontving de kracht om te leven waar Hij voor gekozen had: verbondenheid met God.  

De woestijn is een plaats van beproeving, maar ook van doortocht. Zo mogen wij in de vastentijd  weer opnieuw voor God kiezen. Vele mensen willen wel, maar schrikken terug voor de consequenties hier van. Het gebed brengt ons dichter bij God. Er zijn zaken die wij in de stilte van ons hart een plek moeten geven. Maar ook kunnen wij elkaar als gemeenschap helpen om voor God te kiezen. De vieringen in de kerk worden vaak onderschat. Niet alleen komen als er voor mij iets te doen is, maar ook denken aan de ander, die juist op mij zit te wachten en mij wil verwelkomen.  De coronaslogan geldt ook voor het geloof: Ik doe het niet voor mezelf, maar ook voor de ander. Dat was de weg van Jezus en is ook onze weg. Leven voor de Ander brengt mensen bij elkaar 

 

Zondag 27-02-2022, Week 8e zondag door het jaar (c)

We mogen weer

De afgelopen week klonken hoopvolle geluiden dat de versoepelingen in snel tempo worden ingezet. Vooral de carnavalsvierders beleefden een nieuwe lente en wisten in een mum van tijd heel wat activiteiten nieuw leven in te blazen. Er is blijdschap en veel energie om er iets moois van te maken.

Natuurlijk kan niet alles, want de ervaring leert dat je dan met een kater blijft zitten: verstoorde relaties, een lege portemonnee, vermoeidheid en een maag  die van streek is. Allerlei symptomen die ons er van bewust maken dat het zinnetje ‘we mogen weer’ zijn beperkingen kent.

Jezus heeft nooit carnaval gevierd, maar geeft ons toch wat mooie tips waar wij iets mee kunnen. Zo zegt hij dat twee blinden of vrij vertaald dronken mensen niet samen op stap moeten gaan, want wellicht maken ze een lelijke val. Met carnaval is iedereen gelijk en samen plezier maken brengt mensen bij elkaar. Rangen en standen bestaan niet, want met carnaval pakken mensen zich samen. Een goede sfeer komt niet door de draak te steken met de fouten en beperkingen van een ander, want dat geeft een nare bijsmaak. Niemand van ons is volmaakt en spotten daarmee geeft niet echt plezier. Een goede geest onderscheidt zich  door respect en vreugde uit te stralen. Wat in de mens leeft zie je  in de manier waarop wij met elkaar omgaan.  Waar het hart van vol is loopt de mond van over.

Carnaval betekent het leven op zijn  waarde schatten. Eeuwig leven en betrekkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar. Thema’s over dood en leven komen aan de orde in  de humoristische kijk op datgene wat het leven biedt. Bij carnaval weten sommigen van geen ophouden. Anderen zeggen: er is een tijd van feesten en een tijd van bezinning. Het masker gaat af, de carnavalskleren verdwijnen in de kast en het gewone leven gaat weer verder. Die tijd begint op Aswoensdag. Wanneer wij een askruisje op het voorhoofd ontvangen, komt de betrekkelijkheid van het leven naar voren: mens gedenk dat je stof en as bent en tot stof zult wederkeren.  Dit tegen de achtergrond van Gods belofte: wie met de Heer wil sterven zal met Hem, verrijzen. Zo gaan wij de 40-dagentijd binnen. In die zin mooie carnavalsdagen toe gewenst     

Zondag 20-02-2022, Week 7e zondag door het jaar (c)

Met de moeilijkste mensen omgaan

Bij een bezoek aan parochianen in het ziekenhuis spraken enkele mensen me aan over hun pastoor in een klein dorp. “Er was niet mee te praten”, zeiden ze. Hij wil altijd zijn eigen zin doorzetten, sprak de mensen niet aan en ga zo maar door. Aandachtig luisterde ik naar hun verhaal en zag de nijd op hun gezicht. Dit stoorde mij omdat hier sprake was van eenzijdige communicatie en ik zei: wanneer een parochie in staat is om met een moeilijke pastoor goed om te gaan ben  je een goede parochie: men is verdraagzaam, behulpzaam en vergevingsgezind.

Jezus vraagt soms moeilijke dingen van ons waarvan we zeggen: eigenlijk zou het zo moeten, maar ik kom er niet toe. “Heb je vijanden lief; wanneer iemand je op de ene wang slaat, keer hem dan ook de andere toe; als iemand het bovenkleed van u afneemt, geef hem dan ook uw onderkleed”. Het zijn wereldvreemde gedachten, maar rijk van inhoud. Jezelf kwetsbaar opstellen. De zachtmoedige van hart vertolkt de kwetsbaarheid van God en ook Zijn kracht. Hij bouwt op Zijn liefde 

Het leven verloopt vaak anders. Elkaar bestrijden duurt niet zo lang, maar elkaar uit de weg gaan is vaak levenslang. Ook al lijkt het alsof dit mensen niets doet, toch blijft dit hangen als een ervaring dat je tekort geschoten bent. Maar ook waarop je beseft dat je dingen overkomen, waar je soms niets aan kunt doen. Barmhartigheid en verzoening zijn twee belangrijke begrippen. Niet van elkaar weg lopen, maar een streep onder iets kunnen zetten. En de ander laten voelen dat vergeving het hoogste goed is.   

Zondag 13-02-2022, Week: 6e zondag door het jaar (c)

Kerkgebouw prepareren of repareren

Wie in Steyl het Afrikamuseum bezoekt krijgt heel wat dieren te zien: apen, leeuwen, giraffen en nog veel meer. Het is mooi om hier naar te kijken, maar je mist het leven hierin. De ingewanden zijn er uit gehaald. Alleen het karkas is over. Daaraan moest ik denken bij de herbestemming van kerken. Voor de beeldbepaling van een stad of dorp blijven deze gebouwen behouden. Maar de inhoud van dit huis om God te ontmoeten met alles wat er bij hoort is er uit gehaald. Daardoor is het een geprepareerd gebouw Het religieus erfgoed is verdwenen.

Velen ondergaan de berichten over de sluiting van kerken als een soort noodlot. Kerk betrokken mensen slapen er haast niet van als hun kerk gesloten wordt. Vaak erkennen zij dat het niet anders kan omdat financiën terug lopen, kerkbezoek sterk afneemt,   personeelskosten  toenemen en jonge, maar ook vele oudere mensen afwezig zijn. Het gebouw  herbergt voortaan appartementen, een boekenwinkel, gezondheidscentrum of zelfs een fitnesscentrum. Wat met de kerk gebeurt is te vergelijken met het prepareren van een dier. Het weerspiegelt wat zich in de maatschappij afspeelt. De inhoud ontbreekt in beleid en gesprekken, evenals de betrokkenheid bij het inrichten van de samenleving. Er wordt voor anderen gedacht, maar te weinig gekeken naar wat ik zelf kan doen. Wat mooi is verdwijnt voor altijd en komt niet meer terug.

Het is een uitdaging voor allen om de geloofsgemeenschappen weer een kloppend te geven zodat het geloof in God en de samenleving opnieuw betekenis krijgt. Geld is niet het  belangrijkste. Het begint met het vitaliseren van de wijk. Een kerk is niet alleen een mooi gebouw, maar ook een thuis voor mensen die daar om heen wonen. Wanneer de vitaliteit in de wijk groeit  zal dat ook zijn weerslag hebben op het gebruik van een kerkgebouw.   Leven en geloven liggen in elkaars verlengde: verbindingslijnen  tussen mensen onderling en mensen met God. Een kerkgebouw kan meer zijn dan een plaats, waar liturgie gevierd wordt.  Het is een huis waar ook cultuur, kunst en overdracht van kennis en inzicht goed met elkaar samen gaan. In zo’n klimaat behoeden wij kerkgebouwen voor preparatie, en kunnen zij zich door reparatie van de gemeenschap een nieuwe plek verwerven. Herkenbaar als plek waar de liefde van Jezus beleefd wordt in het ‘breken van het brood’.

Zondag 06-02-2022, Week:  5e zondag door het jaar (c)

Gebrek kan ook genade zijn

Volgens de reclamemakers hoeft de mens geen pijn te lijden. Voor wie het geloven wil is er voor elk pijntje een medicijntje. Maar ook op andere terreinen lacht het geluk je toe. Rijden in een nieuwe auto, vakanties in allerlei landen en manieren om je geld goed te besteden. Ik heb nog nooit een advertentie gezien met het opschrift: wees tevreden met wat je hebt. Of met bepaalde pijn moet je leren leven.

Jezus weet dat het leven niet altijd even gemakkelijk is. Hij gaat niet mee in de klaagzang, maar zegt dat het belangrijk is om perspectief te zien. Het geloof kan ons helpen om te bouwen op betere tijden die komen gaan: het Rijk Gods. De mens die nu honger heeft, zal eens verzadigd worden. De mens die nu verdrietig is, kan ook weer lachen na een bepaalde tijd. De mens die buitengesloten wordt en gediscrimineerd zal ontdekken dat God iedere mens in Zijn Liefde draagt. Hiermee verklaart Jezus zich solidair met de zwakken en de armen. Maar hij geeft ze ook geloof en vertrouwen mee. Eens breekt het Rijk van God door en dan worden de rollen omgekeerd. Het is niet iets wat vanzelf komt, maar waar mensen zich ook voor moeten inzetten. We zien vaker gebeuren dat mensen die veel bezitten in armoede vervallen en dat zij die het leven van anderen stuk maken eens komen tot een eenzaam bestaan.

Geloof in de woorden van Jezus is meer dan alleen maar bidden en afwachten. Het is ook zelf in actie komen om de wereld te verbeteren. In de geschiedenis van de Kerk zien wij allerlei soorten mensen die zich er voor hebben ingezet om dat toekomstvisioen te verwezenlijken. Dromen over de toekomst leidden tot prachtige initiatieven. Kansarme kinderen kregen onderwijs, zieke mensen kregen medische hulp, hongerige mensen kregen te eten. Waar een persoon het initiatief nam groeide het aantal mensen dat mee deed. In de Kerk zijn vele mooie dingen tot stand gekomen die we misschien weer gauw vergeten zijn. Kritische mensen hebben vaak weinig opgebouwd. Mensen, bezield door liefde voor de ander, zijn tot heel wat in staat. Zij zijn de voorbeelden waar wij ons op mogen richten.

Zondag 30-01-2022, Week: 4e zondag door het jaar (c)

De missionaire Kerk

Vaker hoor je in beleidsstukken dat we een missionaire Kerk moeten worden. Onze zending moet meer zichtbaar worden in het uitdragen van het geloof. Missionarissen uit het verleden kunnen ons leren hoe zij gewerkt hebben aan de op- bouw van de Kerk. Er waren er niet zo veel en men kon niet iedere week in iedere parochie zijn. Zij rustten de geloofs- gemeenschappen toe om een deel van pastorale zorg op zich te nemen met en voor mensen ter plaatse. Door hun verantwoordelijkheid te geven ontstond vitaliteit en saamhorigheid. Parochies kampen op dit moment met de vraag: van groot naar klein of van klein naar groot.

Bij de wonderlijke visvangst zien wij vergelijkingspunten. Jezus zegt tegen Petrus: “vaar naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst”. Petrus zegt:

Meester, de hele nacht hebben wij gezwoegd zonder iets te vangen. Maar op Uw woord zal ik de netten uitgooien”.

Waar mensen denken dat ze hun grenzen bereikt hebben, zegt Jezus: “geef niet op”. Gooi de netten opnieuw uit. Heel wat vis werd nu binnengehaald. Zo veel dat de netten dreigden te scheuren. Het geloof was hun kracht en redding. Door te luisteren naar het woord van de Heer boekten zij een geweldig resultaat

Wat wordt met missionair zijn in onze tijd bedoeld. Is het bouwen op kleine groepen waarmee de Kerk verder wil. Of blijven inzetten op de grote groep en deze ruimte geven binnen de Kerk. Ligt de toekomst van onze Kerk in blijven ste- ken bij de taak van de priester en officieel aangestelde mensen. Of moeten we de Geest ruimte geven door te erkennen: bij de plaatselijke gemeenschap ligt op de eerste plaats de zorg voor kerk en

geloofsgemeenschap en daar zijn veel talenten. Geef hun de kans te laten zien wat het geloof voor mensen betekent. Van de missionarissen kunnen leren is dat zij bouwden en vertrouwden op mensen ter plaatse. Ik bespeur dat er onder ons vele mensen zijn die de Kerk niet kwijt willen. Geef hun de ruimte in het schip van de Kerk en laat ze mee net- ten uitgooien zodat er een mooie opbrengst kan geschieden.

 

Zondag 23-01-2022, Week: 3e zondag door het jaar (c)

Bijbel als inspiratiebron

Exegese is een onderdeel van de theologiestudie. Je doet veel kennis op over de samenstelling van de Schrift, het ont- staan van de teksten met een beschrijving van de tijd. Maar ook aandacht voor de verschillende schrijvers bij het ont- staan van de Heilige Boeken. Ook over de les die men trok uit de verschillende gebeurtenissen toen en wat we er nu als lering uit kunnen halen. De Schriften te bestuderen is geen garantie voor geloof. Geloof en wetenschap hebben een ver- schillende invalshoek.

Het voorlezen van de Heilige Boeken is van grote betekenis. Je probeert daarin te ontdekken wat God ons wil zeggen. Mensen uit het verleden hebben een boodschap die nu nog zeer actueel kan zijn. Zo las Jezus in de synagoge van Nazareth voor uit de profeet Jesaja. De tekst was niet uitgezocht, maar op die dag aan de beurt: De Geest des He- ren is over mij gekomen omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te bren- gen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien. Om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”. Daarop zei Hij: “Die tijd is nu in vervulling gegaan”. Hij paste die tekst toe op zichzelf. In het verloop van dit verhaal wordt vermeld dat men

Hem niet geloofde.

Ook wij mogen zo met bijbelteksten om- gaan. Ze brengen ons tot een zelf ver- staan. Zo wordt de Schrift een gesprek dat God met ons aangaat. Zaken die vroeger speelden, komen wij nu nog in ons leven tegen: goed en kwaad, op- bouw en afbraak, ziekte en gezondheid, zinvolheid en zinloosheid, liefde en haat. De teksten uit de bijbel nodigen ons uit

om met God in gesprek te gaan. Soms is de tijd nog niet rijp om bepaalde dingen te verstaan. Later begrijpen wij er meer van. Katholieken zijn van oudsher niet zo sterk in het hanteren van de bijbel. Ze houden meer van afbeeldingen en tradities. Mensen uit de protestantse traditie kunnen ons heel wat leren. Woorden uit de Schrift zijn als voedsel voor onze ziel. Soms bitter, soms aangenaam. Door al- les te eten wat God ons aanbiedt groeien wij in inzicht en geloof. Het is een avontuur met God dat geen einde kent. Maar ons wel waakzaam maakt.

 

Zondag 16-01-2022, Week: 2e zondag door het jaar (c)

Overdaad of gewoon geluk

Feesten maakt onderdeel uit van ons le- ven. Op allerlei manieren is er over- vloed: veel mensen, volop eten en drin- ken, muziek waardoor je elkaar niet meer verstaat, de gastheer die het ie- dereen aangenaam wil maken en ten- slotte de cateraar die moet zorgen dat niemand tekort komt. Zolang alles klopt kan het feest door gaan. Waar tekort is, is het feest snel ten einde. Als de tap- kraan dichtgaat zijn mensen binnen een half uur weg, als je voldoende met el- kaar samen bent geweest ben je blij om naar huis te gaan, of wanneer contact of hartelijkheid weg is heb je geen be- hoefte om langer te blijven. Tekort aan een of meerdere dingen laat de feest- vreugde verbleken.

Maria voelde feilloos aan waar de pijn zat bij de bruiloft van Kana. Jezus, die dan toe onbekend was als de wonder- doener, wordt aangesproken door Ma-

ria: “Ze hebben geen wijn meer”. Haar geloof in Jezus is groot. Toch houdt Hij zich op de vlakte:

Vrouw, is dat soms uw zaak. Nog is mijn uur niet gekomen”. Geen echte vriende- lijke reactie naar zijn moeder toe. Maar Maria zet door. Ze kent haar zoon en zegt tegen de bedienden: Doe maar wat Hij u zeggen zal”. Op dat moment open- baarde Hij zich als degene die alles ten goede leidt: “Doe die kruiken vol water en breng ze naar de tafelmeester”. Deze proefde van het water dat in wijn veran- derd was en was er verrukt over. “De beste wijn wordt nu pas geschonken”. Langzaam begint door te dringen wie Je- zus voor de mensen is.

Heel veel zijn mensen alleen maar bezig met wat zij tekort komen. Als je daar op

let kun je nooit blij zijn in het leven. Wanneer je oog hebt voor wat er wel is ga je op een andere manier het leven be- kijken. Wijn is lekker, maar water is no- dig. Dat merken mensen die gebrek aan water hebben. Veel mensen vinden dat geloven alleen maar te maken heeft met krijgen. Wanneer ik niet op mijn wensen bediend wordt heeft het geloof geen en- kele waarde. Geloven betekent ook ver- trouwen geven aan de ander. Je de weg laten wijzen door Jezus. Dan kan een nieuwe wereld voor ons open gaan. Dat is mijn wens voor het nieuwe jaar. We kunnen het goed gebruiken in deze tijd.

 

 

Zondag 08-01-2022 Week: Doop van de Heer (c) / Begin van de tijd door het jaar

Op reis om wat te zien

Mensen vinden het jammer dat ze niet meer zo gemakkelijk kunnen reizen. Maar niet iedere reis is hetzelfde. Je kunt gaan naar plaatsen waar je plezier kunt beleven. Of plaatsen waar je lekker even tot rust kunt komen. Of reizen die je in aanraking brengen met andere mensen en culturen. Je merkt ook dat dit zijn invloed heeft op je eigen denken en leven. 

Zo zijn ook de drie wijzen uit het Oosten op reis gegaan. Ze kenden geen trein,  bus of vliegtuig. De kameel was hun vervoermiddel en bagagedrager. De wijzen uit het oosten waren sterrenkundigen. Ze hadden uit een bepaalde stand van de sterren afgeleid dat er iets bijzonders was gebeurd. Dat had hun op weg gezet. Bij astrologen speelt de stand van de sterren een grote rol. Men kan er heel wat uit afleiden voor het heden en de toekomst. Zo ging drie mensen op weg. Eerst zoeken in  Jeruzalem naar de bijzondere persoon. Daarmee weken ze af van de richting die de ster hun wees. Zij trokken op naar Jeruzalem. Daar ondervonden ze dat daar het goddelijk kind niet te vinden was. Wel Herodes die macht wilde en hogepriesters die leefden van de tempel, maar God gebruikten met hun geloof. Daar was God niet te vinden. De ster bracht hun op het pad naar Bethlehem. Daar vonden zij het kind, armoedig en hulpeloos. Daarin openbaarde zich de grootheid van God. In de geschenken wordt duidelijk hoe zij dit kind beschouwden. Met wierook brachten zij eer aan dit kind, met mirre gaven zij aan dat dit kind ook voor de dood niet werd gespaard en met goud toonden zij de koninklijke waardigheid van dit kind. Hiermee vatten zij samen wat het leven van Jezus inhield. Het waren zieners uit delen van de toen bekende wereld: Azië, Afrika en Europa. Vanuit heel de wereld kwam men dus eer brengen aan dit kind

Hun verhaal wordt ook ons verhaal wanneer wij vertellen over onze zoektocht naar wat belangrijk is in ons leven. Geluk vindt je niet als je alleen maar met je eigen kleine wereld bezig blijft. Geluk openbaart zich als wij ook aandacht hebben voor anderen. Daarin gaat een nieuwe wereld voor ons open.  Daarom  noemt men dit gebeuren Openbaring.