Eenheid: elkaar dragen en verdragen

Er zijn gezinnen waar je voelt dat er een goede band is met elkaar. Verjaardagen zijn gelegenheden om elkaar te ontmoeten. Op blijde en droevige momenten is er betrokkenheid op elkaar. Wanneer er een afscheid geregeld moet worden is er een sfeer waarin respect is voor elkaar en waarin men elkaar ook ruimte geeft. Het is een weldadige sfeer om in zo’n wereld te mogen vertoeven.

De Kerk wordt ook wel eens vergeleken met een gezin. Jezus heeft onder zijn leerlingen een sfeer gebracht van verbondenheid. Er waren wel eens spanningen, maar dat werd uitgesproken. Er werd wel eens impulsief gereageerd, maar dat werd ook vergeven. Wanneer bepaalde personen wat meer als vertrouweling golden werd dat geaccepteerd. Het vertrek van Judas op het einde van Jezus’ leven was een zwarte bladzijde. Hij vertrok als buitenbeentje en zorgde dat Jezus verraden werd. Jezus wist dat het bewaren van de eenheid vaak meer wens dan werkelijkheid is. Bidden om eenheid is er van uit gaan dat er nog Iemand anders is die hieraan kan bijdragen. Zo gaf Hij Zijn leven uit handen en legde de toekomst van zijn leerlingen in de handen van God.

Dat dit gebed van Jezus getuigt van werkelijkheidszin wordt ook duidelijk in het verdere verloop van de Kerk. Er komen meningsverschillen over wat wel en niet nodig is: wel of geen besnijdenis. Er wordt gediscussieerd over de vraag of Jezus alleen God is of alleen mens of allebei. Of Jezus werkelijk in de eucharistie aanwezig is of alleen maar symbolisch. Ook de plaats van de paus leidt tot discussie en afsplitsing. Zelfs het gesprek over de ware Kerk verdeelt mensen onderling. Toch zien we in onze tijd dat we elkaar moeten opzoeken en samenwerken. Als christenen mogen wij verschillend zijn, maar ons allen moeten richten op het zelfde doel: zich concentreren op het leven van Jezus. Dat brengt mensen bij elkaar. In een tijd waarin veel afgebroken wordt, zien wij ook hoe nieuwe initiatieven groeien. Spreken en discussiëren is belangrijk op zijn tijd. Studie en bezinning geven verdieping aan ons kerk-zijn. Het gebed blijft de motor waar alles op draait. Wanneer wij God blijven zien als onze Vader erkennen wij de afhankelijkheid, maar ook het vertrouwen dat Hij het is die aanvult wat ons ontbreekt.   

Het wordt nooit meer hetzelfde

We staan er niet bij stil dat in ons leven situaties aan verandering onderhevig zijn. Soms is dat aangenaam, maar vaker wordt met weemoed terug gekeken op het verleden. Wanneer goede mensen te ontvallen, zal menigeen die dit meemaakt zeggen: “het wordt nooit meer hetzelfde”.

 Dat zien we ook bij de leerlingen van Jezus. Door Zijn dood was er een grote leegte. Toen Jezus verscheen brak het licht van de verrijzenis door. Ze merkte dat Hij nog steeds onder hen was. Bij het opgaan naar de hemel kwam daar een einde aan. Verbouwereerd staarden zij Hem na. Een engel meldde: wat staan jullie omhoog te kijken. Kijk om je heen en pak je leven weer op. Ga door met het leven van Jezus door te geven. De leerlingen ontdekten dat de Heer nog steeds leeft door mensen die Hem zoeken en ontmoeten. Maar ook de Kerk vernieuwt.

Ook voor de parochies breekt een nieuwe tijd aan. Belangrijk is het dat plaatselijke gemeenschappen werken aan vitaliteit en taken oppakken  die niet altijd meer door priesters en religieuzen werden gedaan en toch nodig zijn. Door het doopsel zijn  wij daartoe allen geroepen. Samen werken met anderen is noodzakelijk om te overleven. Dat dringt langzaam door. 

Liefde is elkaar niet los laten

Heel wat mensen zijn in liefde met elkaar verbonden. Wie alleen maar uitgaat van een ideale situatie zal nooit tevreden zijn. Een man kan soms voor zijn vrouw een grote irritatie zijn. Een vrouw kan voor haar man een grote belasting zijn. Het verstand kent andere uitgangspunten dan het gevoel. Het verstand is vaak berekenend en koel en is snel met de oplossing. Uit elkaar gaan is de nieuwe weg naar geluk. Het gevoel zegt wat anders. Je hebt begrip voor het gedrag van de ander of accepteert het lastig karakter omdat er ook veel goede dingen tegenover staan. De ander los laten voelt als het in de steek laten van de ander van wie je nog diep in je hart steeds houdt. Daarom is verdraagzaamheid een belangrijk woord. Je cijfert je weg omwille van de ander.

 Wanneer Jezus spreekt over een nieuw gebod, dan is dat te zien in een bepaalde verband: “Jullie moeten elkaar liefhebben zoals ik jullie heb lief gehad”. Jezus heeft heel wat teleurstellingen  met zijn leerlingen mee gemaakt. Hij heeft het verdragen en liet hen niet los. Hij liet merken wat Hij er van dacht, maar nooit liet Hij ze vallen, zelf Judas niet die het noodlot over zichzelf had afgeroepen. Hij zegt tegen zijn leerlingen: als je op die manier de ander liefhebt kan men zien dat jullie mijn leerlingen zijn.

Ook de verwachtingen ten aanzien van de Kerk kunnen soms heel hoog liggen. Des te harder komt het aan wanneer mensen je tegen vallen of wanneer mensen die leiding geven weinig compassie met anderen hebben. Ook hier betekent liefde ‘elkaar niet los laten”. Sommigen begrijpen dit niet. Jezus heeft ons geleerd dat je moet leren leven met een kerk die niet volmaakt is, maar ondanks alles het gelaat van de Heer aan ons toont. 

Geroepen tot dienstbaarheid

De herder staat er om bekend dat hij de schapen bij elkaar houdt en ze brengt naar plekken waar ze voldoende voedsel hebben. Een pastor wordt ook gezien als een soort herder, die de mensen bij elkaar brengt. Voorwaar geen gemakkelijke opgave in deze tijd.

 Hoe is het mogelijk dat er in onze tijd zo weinig mensen zijn die het zorgen voor anderen beschouwen als een mooie levenstaak. Dat mensen een heel leven lang in liefde en trouw in dienst staan van de ander schrikt af. Liever denken wij in periodes die te overzien zijn. Dat zie je niet alleen bij het priester worden, maar ook in het huwelijk of in dienstbare beroepen. Het ideale is niet haalbaar en daarom maar bezien hoe lang iets haalbaar is.

In Jezus komt het beeld van de Goede Herder op een prachtige wijze naar voren toe. Hij investeert heel zijn leven in de zorg voor anderen. Sterker nog. In plaats van weg te gaan wanneer het moeilijk wordt blijft Hij trouw tot in de dood. Toch wordt vaak te weinig gekeken naar hoe Hij geleefd heeft, maar meer naar hoe mensen die falen in hun herder zijn. We treffen ze aan in alle lagen van de samenleving, ook helaas bij priesters. Dat blijft hangen en doet de Kerk, evenals de politiek niet goed. 

In die zin verwachten mensen van priesters integriteit, eerlijkheid, niet als belangrijkste waarde en voor gelovigen de kerk als plaats van samenkomst beschermen. Waar dat niet het geval is laat de priester zien dat hij zich niet onderscheidt van andere mensen. Onze roeping is heilzaam om de mensen te geven waar zij van leven kunnen. Een mooie uitdaging. 

Jezus laat ons niet in de steek

In onze tijd is het niet gemakkelijk om mensen te bereiken bij het brengen van Gods boodschap. Het wekelijkse kerkbezoek is niet meer vanzelfsprekend. Op scholen is de overdracht van het geloof niet meer aanwezig. En ook het verenigingsleven gaat niet meer automatisch het contact met de Kerk aan. Werkers in de parochies merken dat we andere wegen moeten gaan om de mensen weer te bereiken. Onlangs vond er een congres plaats over de missionaire parochie. Er kwamen nieuwe ideeën om de gemeenschap weer op te bouwen. Alles zal moeten gebeuren vanuit de verbondenheid met de Heer. Zonder identiteit kan de Kerk niet bestaan. Maar ook de betrokkenheid van mensen is nodig opdat de geloofsgemeenschap kan worden opgebouwd. Het is een proces van vallen en opstaan.

Soms lijkt het leven zijn uitdaging verloren te hebben. De apostelen namen het oude werk van het verleden op en gingen het meer op om te vissen. Wanneer zij terugvaren naar het strand zien ze daar Jezus staan, de verrezen Heer. Het herinnert hun aan de eerste roeping van bij het meer van Galilea. Daar wachtte Jezus hun op en nodigde hen uit om Hem te volgen. Nu vraagt Hij hun om eten, maar zij hebben niets gevangen en kunnen Hem niets aanbieden. Hij biedt hun aan om terug te keren en opnieuw de netten uit te werpen. Deze keer vangen zij zoveel vis dat de boten overvol zijn. Wie gehoor geeft aan Jezus’ woord mag daarvan ook de vruchten plukken. Nu zijn ze wel in staat om Jezus vis en brood aan te bieden. De maaltijd wordt een gebeuren waarin de leerlingen ervaren hoe de Heer voor hun zorgt.  

 Er zijn heel wat mensen die tijd en energie investeren in de Kerk. Bij hun is soms een gevoel van moeheid en somberheid. “Waar doe ik het voor” of “het haalt toch allemaal niets uit”. Je voelt de onmacht omdat men geen resultaat ziet. Jezus leert ons dat we niet moeten bouwen op onszelf, maar moeten vertrouwen op de Heer. Het gebed is onze grootste kracht en het inzicht dat daaruit voort komt helpt ons alles met andere ogen te bekijken. We hoeven het niet alleen te doen. Jezus staat ons bij. Van daaruit kunnen wij  momenten van bemoediging ervaren, van vreugde en dankbaarheid. Maar ook de moed om bakens te verzetten en nieuwe wegen te gaan.

Het hoofd kunnen buigen

Zo lang mensen menen dat het gelijk aan hun kant is kun je geen kant met hun op. Ieder heeft dat wel eens ervaren. Mensen, die je na aan het hart liggen, volgen alleen maar hun eigen waarheid en schenken geen gehoor aan mensen om hun heen. Op het moment dat men hier afstand van neemt kan er pas een verandering plaats vinden. De stap van hoogmoed naar nederigheid opent nieuwe perspectieven. Van bezorgdheid naar barmhartigheid geeft mensen nieuwe ruimte en kansen. Het verhaal van iemand wordt helemaal anders.

 Een aantal jaren geleden was er een accentverschuiving bij het verhaal van de apostel Tomas. Niet langer aandacht voor het ongeloof, maar nadruk op de barmhartige vader. Toen Jezus aan hem verscheen voelde Tomas dat hij verkeerd bezig was geweest. Hij gaf af op Jezus, die zijn leven bedorven had. De belofte van een mooie toekomst was een luchtkasteel en zijn levenseinde was weinig verheffend. Hij stierf als een misdadiger aan het kruis. Daarom wilde Tomas eerst bewezen zien dat Jezus werkelijk verrezen was. Totdat Jezus op een pijnlijke manier zijn vinger legt op de wonde van het ongeloof bij Tomas. De verrezen Heer confronteert hem hiermee. “Raak mijn wonden maar aan”, zegt Jezus. Vanaf nu af weet Tomas dat de wond die  Jezus het meeste pijn doet het ongeloof is. Bij bekering van Tomas straalt Jezus toekomst en barmhartigheid uit. Tomas laat ons zien dat het ook anders kan. 

In onze zijkapel hangt een afbeelding van Jezus, geschilderd door zuster Maria Faustyna Kowalska op aanwijzing van Maria. Dit schilderij van Jezus wijst ons op Gods barmhartigheid en vraagt om geloof in zijn liefde voor de mens en het licht voor ieder in Hem gelooft. Daar deert het kwaad  ons niet meer. De mens die zich met een nederig hart wendt tot God mag rekenen op Zijn bescherming en goedheid.

Preek 16 april 2022 (Pasen)

Beste medechristenen, 

Gistermorgen om 6 uur deed een collega hier in de buurt de paaswake in zijn kerk.  Voor 1962 was dat een gebruikelijk iets. Vooral het zegenen van het wijwater was voor de mensen belangrijk. Zaterdagmorgen trokken heel wat mensen naar de kerk om wijwater te halen. Daar stond in een grote kuip met wijwater en heel wat flessen werden daarmee gevuld.  Je kreeg weinig mee van het zegenen van de paaskaars en het wijden van het doopwater. Meestal was er niemand bij behalve natuurlijk de priester, de koster en enkele misdienaars. In het verborgene werd de verrijzenis van de Heer gevierd. In onze tijd is dat allemaal zichtbaar in de paaswake: het ontsteken van het vuur, het aanmaken van de paaskaars, het wijden van het doopwater en eventueel het toedienen  van de doop. Alles is zichtbaar geworden, maar het besef dat Jezus verrezen is moet er zijn in de harten van de mensen. Pasen is niet meer een feest dat gedragen wordt door de samenleving. Het is meer een sfeer scheppen met kuikentje, eieren en paasbrood.  Het geloof in de verrijzenis van de Heer wordt niet meer breed gedragen.

Geloven in de verrijzenis van Jezus betekent voor ons met vertrouwen binnen gaan in een nieuw land en een nieuwe situatie. Je zoekt het niet uit. Het overkomt je. In de coronatijd hebben mensen dat ook sterk ervaren. Veel mensen uit de horeca zochten naar ander werk en ontdekten dat dit vaak een aantrekkelijker manier van leven was: regelmatige werktijden, goed loon en meer tijd voor jezelf en het gezin. Velen willen dan ook niet meer terug naar de horeca. Ook binnen de kerk begon men te zoeken naar andere vormen om mensen te bereiken. Het live streamen van vieringen in de kerk groeide. Er zijn meer missen te zien dan dat tijd om er naar te kijken. Ook in het onderwijs werd men creatief. Lessen werden gegeven via de digitale weg . Nu de maatrelen weer verdwenen zijn zou je denken dat mensen daarvan geleerd hebben en het geloof weer meer gingen waarderen. Het tegendeel is waar. Je ziet dat men dingen die men gemist heeft wil inhalen. Bij vereniging een aantal leden weggevallen ook omdat men de verplichtingen niet meer wil. Het leven ging weer verder op de oude voet, behalve dat de armoede toenam, de vrede verstoord werd en sommigen nog bleven hangen in de angst voor corona. Het geloof in God, zo konden wij lezen is onder de 50 procent gedaald en het klinkt vaak als een overwinning. We hebben het voor elkaar gekregen om God uit ons leven te bannen.

Wie werkelijk kijkt naar wat aan het gebeuren is, neemt andere dingen waar. Bij communicantenouders en hun kinderen was een blijdschap te zien dat er weer gevierd mocht worden. Maar ook groeit de overtuiging dat we met de kerk nieuwe wegen moeten inslaan. Geen moreel kompas dat voorbijgaat aan het leven zonder nuanceringen, meer oog voor de beleving dan voor de ingeslopen gewoonte. Minder priesterkerk en meer bouwen op mensen ter plaatse om de kerk in stand te houden. Dan kunnen ook kerkgebouwen blijven bestaan. Blijven steken in het oude is wat Jezus noemt het zoeken van de levende bij de doden. Nieuwe wegen durven te gaan laat ons Jezus herkennen als degen die niet weg is, maar die wij tegenkomen in ons leven als een trouwe metgezel en als de verrezen Heer. 

Hierin kunnen geloven vraagt van ons dat wij afstand doen  van zekerheid en ons durven toe te vertrouwen aan de verrezen Heer. Ons niet alleen laten leiden door dingen die altijd zo geweest zijn, maar ook ingaan op de uitnodiging om iets nieuws te beginnen. In het paasevangelie voelen wij dezelfde dingen. Vrouwen gingen naar het graf en wilde het dode lichaam verzorgen. Maar ze ontdekten dat het graf leeg was. De leerlingen van Jezus zagen wel dat Jezus weg was, maar wisten niet wat er gebeurd was. Het geloof in de verrezen Heer ontwikkelde zich stap voor stap.  De verschijningen werden belangrijk voor het groeien van het geloof. “De Heer is niet hier, Hij is verrezen”, sprak een engel. Langzaam drong het besef door dat Jezus nog steeds onder ons is. Dat Jezus verschijnt gebeurt nog steeds. Niet in ons blind staren op wat voorbij is. Maar kijken naar mensen die Jezus ook nu willen volgen. Vele mensen willen God niet kwijt en zien Jezus als kompas voor hun leven. In de structuren van de Kerk zien we dat het een en ander aan het veranderen is. Het besef wordt sterker dat Jezus onder de mensen herkenbaar is en niet in universiteitszaal of kantoor. Mogen wij niet blijven hangen in een vasthouden aan oude dingen, maar ons hart openen voor de Heer die nog steeds in liefde met ons verbonden is. In die zin wens ik u een gezegend paasfeest toe      

Vrij zijn om te leven

Ieder ontdekt in zijn leven dat vrijheid een beperkt begrip is. Wanneer iedereen doet wat men wil zonder rekening te houden met anderen wordt het leven een hel. Maar er doen zich ook situaties voor dat men in datgene wat men als opdracht ziet  door allerlei  eisen en regels niet aan toe komst. Mensen in de gezondheidszorg kunnen niet altijd werken zoals ze willen omdat regels hun beperken of eisen gesteld worden die hun afhouden van datgene waartoe zij zich geroepen voelen. Datzelfde geldt ook voor mensen bij de sociale dienst. Het toepassen van regels leidt niet altijd tot de juiste hulp en is soms in tegenspraak met datgene wat men in zijn hart wil. Ook in het pastorale veld ervaren wij beperkingen wanneer het gaat om de bekommernis van mensen op velerlei gebied. De verrijzenis is dan ver weg en de dood is erg nabij. 

 Door Zijn verbondenheid met God straalde Jezus een vrijheid van leven uit die Hem niet in dank werd afgenomen. Met Zijn dood zou het oude levenspatroon weer terugkomen hoopten degenen die Hem de dood injoegen. Jezus verraste de mensen door zijn opstaan uit de dood en verrijzenis. Het wonder dat Zijn leven verder ging gebeurde toen Hij mensen meenam om in vrijheid te leven naar Gods bedoelingen. Het wonder van de verrijzenis is geen eenmalig gebeuren, maar voltrekt zich telkens waar mensen in Jezus geloven en zich los maken van wat dodelijk is. 

De mens die niet in de verrijzenis gelooft laat zich leiden door angst, somberheid of opgaan in de waan van de dag. Constructief bouwen aan de wereld van morgen is er niet bij.  Ook mensen die letten op de fouten van anderen breken meer af dan dat ze opbouwen. De mens die zich laat leiden door de verrezen Heer bouwt op de hoop, de liefde en het geloof. Jezus leidt ons binnen in het geheim van de verrijzenis door het verzet tegen een wereld die de mens onderdrukt en monddood maakt. Daarin vindt het wonder  van de verrijzenis plaats. Samen met Jezus aan de slag gaan wordt van ieder gevraagd die Pasen wil vieren. Natuurlijk is een paasei leuk, maar met Pasen gaat het om de verrezen Heer.       In die zin wens ik u een gezegend paasfeest toe. 

Leven met realiteitszin

 De week voor Pasen is een periode met heel veel diepgang. Als mensen je toe juichen betekent dat niet dat je voor altijd bejubeld wordt. Want even gemakkelijk laten ze mensen vallen. Dat heeft zelfs Petrus ondervonden. De haan op de palmpaasstok doet ons hieraan denken. Toen een dienstmeisje vroeg “jij behoorde toch ook tot de vrienden van Jezus” ontkende hij dat in alle toonaarden tot drie maal toe. 

Achter de feestelijke kleuren is het kruis verscholen. De palmtakken getuigen er van dat Jezus welkom is in ons leven. Ook als hij door mensen ter dood wordt gebracht. Jezus leert ons dat de dood niet het laatste woord heeft. De belofte van het nieuwe leven herkennen wij in het nieuwe leven dat zich openbaart in de natuur, maar ook  in het leven van de mens zelf. In die zin een fijne voorbereiding op Pasen toegewenst

Leer en leven

Afgelopen week bezocht ik Breskens, waar Omer Gielliet tot zijn 90e levensjaar pastoor was in de barbarakerk. Geïnspireerd door het geloof heeft hij prachtige houtsnijwerken gemaakt die in de kerk en op andere plekken te bewonderen zijn. In zijn leven sprak hij meer als kunstenaar dan als theoloog over het geloof. Luisterend naar degene die een rondleiding gaf had ik de neiging om hem bij een bepaalde geloofsuitleg te corrigeren, maar gelukkig kon ik het opbrengen mij luisterend op te stellen en begreep dat we uiteindelijk aan het zelfde punt uitkwamen: dat Jezus onder ons is.  

 Op zijn eigen manier had hij het tabernakel een plek gegeven. In hout was een beschermende hand uitgesneden en onder aan de voet stond het tabernakel. Toen een nieuwe pastoor kwam, was diens commentaar: dat tabernakel staat veel te laag. Ik moet tot op de grond knielen. Waarop de koster zei: dat is ook de bedoeling. “Uit eerbied voor de Heer moeten wij zelf ons heel klein maken”. Dat is wat Jezus ook deed in zijn omgang met de mensen. Hij daalde af tot het niveau waarop de mensen stonden en vandaaruit gaf Hij hun de kans om op te staan tot nieuw leven.

Prachtig komt dat naar voren in het verhaal van de overspelige vrouw. De wetgeleerden en farizeeën vonden dat ze niet meer leven mocht. Op overspel stond de doodstraf. De wet is duidelijk en bij het uitvoeren daarvan heb je je plicht gedaan. Jezus schrijft de Wet niet af, maar confronteert de aanklagers met zichzelf. “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”. En beschaamd dropen ze af. En daarna tot de vrouw: “Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer”. Dat is ook hoe wij als Kerk met mensen moeten omgaan: als een herder die mensen brengt naar een plek waar ze weer volop leven kunnen vanuit Gods liefde. Je zelf klein maken opdat de ander weer kan opstaan en leven.

Weggelopen kinderen

Regelmatig zie je berichten van jongeren zijn weggelopen of uit een tehuis zijn verdwenen. De redenen om weg te gaan zijn van allerlei aard: problemen in de huiselijke sfeer of een stuk vrijheid willen beleven. Wegelopen jongeren staan niet stil bij het verdriet van ouders die zich machteloos voelen. 

 De meesten keren na enkele dagen of geruime tijd later weer terug. De mededeling is dat de vermiste gevonden is, maar nooit zie je vermeld hoe de weg gelopen persoon ontvangen is. Waarschijnlijk herkennen wij veel terug van dit gebeuren in het verhaal dat Jezus vertelde. De jongste vertrok uit onvrede en verbraste heel zijn bezit.

Toen hij niet  anders meer kon keerde hij terug en werd koninklijk ontvangen. “Mijn zoon, je was dood en bent weer levend geworden”. Door schade en schande wijs geworden stond hij weer open voor de liefde van de Vader en de liefde voor God. 

Geduld dat niet opraakt

Andere mensen de schuld geven van allerlei dingen die gebeuren is iets van alle tijden. Zo wijzen in onze tijd vele vingers naar Poetin, die de oorzaak van alle ellende is. Maar ook zijn er mensen die  anderen durven aan te wijzen als veroorzakers van het kwaad zoals de EU en Amerika. Niet altijd in dank afgenomen.

Jezus leert ons dat wij niet alleen naar de ander moeten wijzen, maar dat in ieder van ons de oorzaak van kwaad schuilt. In plaats van mensen te veroordelen wijst Jezus op de barmhartigheid van God. Mensen afzonderlijk, maar ook gemeenschappen brengen niet altijd vruchten voort van vrede, vriendschap en geloof. Moet er vergelding plaats vinden of biedt God om een andere benadering.

 Je bewust worden van de keren dat je nieuwe kansen kreeg maakt ons bescheiden en dankbaar. Ook dat hoort bij de 40-dagentijd. In alles brengt Hij ons uiteindelijk naar het beloofde Land.

 

Vastenzondag-2-2022

Vertrouwen op Gods belofte

Wij zijn een volk dat houdt van plannen en berekenen. Daarmee denken wij de toekomt in handen te kunnen houden. Planmakers beseffen te weinig dat veranderingen plannen in de war kunnen schoppen. Er bestaat nog een andere manier om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Je leven biddend leggen in Gods hand en je hart open stellen voor datgene wat Hij ons aanreikt.

Niet voor niets wordt Abraham de vader van het geloof genoemd. Door een stem die in Hem sprak maakte hij zich los van zijn familie en gewoontes en ging op weg naar het beloofde land. Niet dat alles zo gemakkelijk verliep en soms moest hij 

een boost krijgen om het geloof niet te verliezen. Maar uiteindelijk kwam hij terecht in het land dat God hem beloofd had. Kijken in de toekomst overkwam ook de leerlingen Jacobus, Johannes en Petrus. Terwijl er nog niets aan de hand was, zagen zij wie Jezus was. Hij stond midden in de Joodse traditie van Wet en profeten. Dat visioen deed hun zo veel dat zij niet meer terug wilden naar het gewone leven. Dit beeld wilden ze  vasthouden. Toch werd hun duidelijk dat er van hen nog veel offers gevraagd zouden worden: geestelijke strijd en onbegrijpelijke hardheid. Om tot verheerlijking te komen moest Jezus eerst lijden en sterven. 

Jonge mensen ervaren dat berekeningen vaak snel achterhaald worden. Daarom is het belangrijk om in een veranderende situatie je aan te passen en nieuwe wegen te gaan. Zij die slagen zeggen dat ze de juiste keuze gemaakt hebben. Maar anderen ontdekken dat er ook een God is die je leven leidt en richting geeft aan je leven. We leven mee met de mensen in Ukraïne die overkomt waar ze niet om gevraagd hebben. Maar ook wij weten niet wat ons te wachten staat. Vertrouwen op God is dan het kompas dat wij hebben. Mogen wij ons daarin veilig weten.

 

Vasten, iets van deze tijd?

Ouderen vertellen over het vastentrommeltje in hun jeugd. Snoepjes die je kreeg werden in een trommel gedaan  en op zondag was de dag dat je het lekkere zoet opat. De tandarts kwam in dat verhaal niet voor. Je iets kunnen ontzeggen raakte helemaal uit de gratie.   Genieten verdrong het vasten. Alleen    werken aan je gewicht en figuur bleef over als reden om je wat te ontzeggen. Daarna kwam de vastenactie. Geven aan mensen in de derde wereld was het nieuwe vasten. Het liep vele jaren goed omdat er contact was met een veelheid aan missionarissen. 

Je gaf aan deze mensen omdat zij het vertrouwen hadden van velen. Door de verbinding met ontwikkelingssamenwerking Cordaid verdween de inbreng van de Kerk steeds meer op de achtergrond. Daarom leeft de vastenactie in veel parochies niet meer omdat er geen emotionele band is met degene die je ondersteunt. Vasten is ook bidden. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen opdat het lot van een volk of land ten goede mag keren. Zo heeft de vasten in onze contreien steeds minder betekenis gekregen. 

De vasten een nieuwe impuls geven is een uitdaging voor onze tijd. Jezus laat zien dat vasten zinvol is. Voordat Hij  aan zijn openbare leven begon verbleef hij veertig dagen in afzondering. Daar werd Zijn keuze voor God heel concreet. God kwam op de eerste plaats. Jezus wilde Hem dienen. Daarmee wees Hij ook bezit, macht en show af. Hij zag dat als een belemmering om voor God te leven. Het vasten in de dorheid van de woestijn had hem geestelijk gevoed. Hij ontving de kracht om te leven waar Hij voor gekozen had: verbondenheid met God.  

De woestijn is een plaats van beproeving, maar ook van doortocht. Zo mogen wij in de vastentijd  weer opnieuw voor God kiezen. Vele mensen willen wel, maar schrikken terug voor de consequenties hier van. Het gebed brengt ons dichter bij God. Er zijn zaken die wij in de stilte van ons hart een plek moeten geven. Maar ook kunnen wij elkaar als gemeenschap helpen om voor God te kiezen. De vieringen in de kerk worden vaak onderschat. Niet alleen komen als er voor mij iets te doen is, maar ook denken aan de ander, die juist op mij zit te wachten en mij wil verwelkomen.  De coronaslogan geldt ook voor het geloof: Ik doe het niet voor mezelf, maar ook voor de ander. Dat was de weg van Jezus en is ook onze weg. Leven voor de Ander brengt mensen bij elkaar 

 

Zondag 27-02-2022, Week 8e zondag door het jaar (c)

We mogen weer

De afgelopen week klonken hoopvolle geluiden dat de versoepelingen in snel tempo worden ingezet. Vooral de carnavalsvierders beleefden een nieuwe lente en wisten in een mum van tijd heel wat activiteiten nieuw leven in te blazen. Er is blijdschap en veel energie om er iets moois van te maken.

Natuurlijk kan niet alles, want de ervaring leert dat je dan met een kater blijft zitten: verstoorde relaties, een lege portemonnee, vermoeidheid en een maag  die van streek is. Allerlei symptomen die ons er van bewust maken dat het zinnetje ‘we mogen weer’ zijn beperkingen kent.

Jezus heeft nooit carnaval gevierd, maar geeft ons toch wat mooie tips waar wij iets mee kunnen. Zo zegt hij dat twee blinden of vrij vertaald dronken mensen niet samen op stap moeten gaan, want wellicht maken ze een lelijke val. Met carnaval is iedereen gelijk en samen plezier maken brengt mensen bij elkaar. Rangen en standen bestaan niet, want met carnaval pakken mensen zich samen. Een goede sfeer komt niet door de draak te steken met de fouten en beperkingen van een ander, want dat geeft een nare bijsmaak. Niemand van ons is volmaakt en spotten daarmee geeft niet echt plezier. Een goede geest onderscheidt zich  door respect en vreugde uit te stralen. Wat in de mens leeft zie je  in de manier waarop wij met elkaar omgaan.  Waar het hart van vol is loopt de mond van over.

Carnaval betekent het leven op zijn  waarde schatten. Eeuwig leven en betrekkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar. Thema’s over dood en leven komen aan de orde in  de humoristische kijk op datgene wat het leven biedt. Bij carnaval weten sommigen van geen ophouden. Anderen zeggen: er is een tijd van feesten en een tijd van bezinning. Het masker gaat af, de carnavalskleren verdwijnen in de kast en het gewone leven gaat weer verder. Die tijd begint op Aswoensdag. Wanneer wij een askruisje op het voorhoofd ontvangen, komt de betrekkelijkheid van het leven naar voren: mens gedenk dat je stof en as bent en tot stof zult wederkeren.  Dit tegen de achtergrond van Gods belofte: wie met de Heer wil sterven zal met Hem, verrijzen. Zo gaan wij de 40-dagentijd binnen. In die zin mooie carnavalsdagen toe gewenst     

Zondag 20-02-2022, Week 7e zondag door het jaar (c)

Met de moeilijkste mensen omgaan

Bij een bezoek aan parochianen in het ziekenhuis spraken enkele mensen me aan over hun pastoor in een klein dorp. “Er was niet mee te praten”, zeiden ze. Hij wil altijd zijn eigen zin doorzetten, sprak de mensen niet aan en ga zo maar door. Aandachtig luisterde ik naar hun verhaal en zag de nijd op hun gezicht. Dit stoorde mij omdat hier sprake was van eenzijdige communicatie en ik zei: wanneer een parochie in staat is om met een moeilijke pastoor goed om te gaan ben  je een goede parochie: men is verdraagzaam, behulpzaam en vergevingsgezind.

Jezus vraagt soms moeilijke dingen van ons waarvan we zeggen: eigenlijk zou het zo moeten, maar ik kom er niet toe. “Heb je vijanden lief; wanneer iemand je op de ene wang slaat, keer hem dan ook de andere toe; als iemand het bovenkleed van u afneemt, geef hem dan ook uw onderkleed”. Het zijn wereldvreemde gedachten, maar rijk van inhoud. Jezelf kwetsbaar opstellen. De zachtmoedige van hart vertolkt de kwetsbaarheid van God en ook Zijn kracht. Hij bouwt op Zijn liefde 

Het leven verloopt vaak anders. Elkaar bestrijden duurt niet zo lang, maar elkaar uit de weg gaan is vaak levenslang. Ook al lijkt het alsof dit mensen niets doet, toch blijft dit hangen als een ervaring dat je tekort geschoten bent. Maar ook waarop je beseft dat je dingen overkomen, waar je soms niets aan kunt doen. Barmhartigheid en verzoening zijn twee belangrijke begrippen. Niet van elkaar weg lopen, maar een streep onder iets kunnen zetten. En de ander laten voelen dat vergeving het hoogste goed is.   

Zondag 13-02-2022, Week: 6e zondag door het jaar (c)

Kerkgebouw prepareren of repareren

Wie in Steyl het Afrikamuseum bezoekt krijgt heel wat dieren te zien: apen, leeuwen, giraffen en nog veel meer. Het is mooi om hier naar te kijken, maar je mist het leven hierin. De ingewanden zijn er uit gehaald. Alleen het karkas is over. Daaraan moest ik denken bij de herbestemming van kerken. Voor de beeldbepaling van een stad of dorp blijven deze gebouwen behouden. Maar de inhoud van dit huis om God te ontmoeten met alles wat er bij hoort is er uit gehaald. Daardoor is het een geprepareerd gebouw Het religieus erfgoed is verdwenen.

Velen ondergaan de berichten over de sluiting van kerken als een soort noodlot. Kerk betrokken mensen slapen er haast niet van als hun kerk gesloten wordt. Vaak erkennen zij dat het niet anders kan omdat financiën terug lopen, kerkbezoek sterk afneemt,   personeelskosten  toenemen en jonge, maar ook vele oudere mensen afwezig zijn. Het gebouw  herbergt voortaan appartementen, een boekenwinkel, gezondheidscentrum of zelfs een fitnesscentrum. Wat met de kerk gebeurt is te vergelijken met het prepareren van een dier. Het weerspiegelt wat zich in de maatschappij afspeelt. De inhoud ontbreekt in beleid en gesprekken, evenals de betrokkenheid bij het inrichten van de samenleving. Er wordt voor anderen gedacht, maar te weinig gekeken naar wat ik zelf kan doen. Wat mooi is verdwijnt voor altijd en komt niet meer terug.

Het is een uitdaging voor allen om de geloofsgemeenschappen weer een kloppend te geven zodat het geloof in God en de samenleving opnieuw betekenis krijgt. Geld is niet het  belangrijkste. Het begint met het vitaliseren van de wijk. Een kerk is niet alleen een mooi gebouw, maar ook een thuis voor mensen die daar om heen wonen. Wanneer de vitaliteit in de wijk groeit  zal dat ook zijn weerslag hebben op het gebruik van een kerkgebouw.   Leven en geloven liggen in elkaars verlengde: verbindingslijnen  tussen mensen onderling en mensen met God. Een kerkgebouw kan meer zijn dan een plaats, waar liturgie gevierd wordt.  Het is een huis waar ook cultuur, kunst en overdracht van kennis en inzicht goed met elkaar samen gaan. In zo’n klimaat behoeden wij kerkgebouwen voor preparatie, en kunnen zij zich door reparatie van de gemeenschap een nieuwe plek verwerven. Herkenbaar als plek waar de liefde van Jezus beleefd wordt in het ‘breken van het brood’.

Zondag 06-02-2022, Week:  5e zondag door het jaar (c)

Gebrek kan ook genade zijn

Volgens de reclamemakers hoeft de mens geen pijn te lijden. Voor wie het geloven wil is er voor elk pijntje een medicijntje. Maar ook op andere terreinen lacht het geluk je toe. Rijden in een nieuwe auto, vakanties in allerlei landen en manieren om je geld goed te besteden. Ik heb nog nooit een advertentie gezien met het opschrift: wees tevreden met wat je hebt. Of met bepaalde pijn moet je leren leven.

Jezus weet dat het leven niet altijd even gemakkelijk is. Hij gaat niet mee in de klaagzang, maar zegt dat het belangrijk is om perspectief te zien. Het geloof kan ons helpen om te bouwen op betere tijden die komen gaan: het Rijk Gods. De mens die nu honger heeft, zal eens verzadigd worden. De mens die nu verdrietig is, kan ook weer lachen na een bepaalde tijd. De mens die buitengesloten wordt en gediscrimineerd zal ontdekken dat God iedere mens in Zijn Liefde draagt. Hiermee verklaart Jezus zich solidair met de zwakken en de armen. Maar hij geeft ze ook geloof en vertrouwen mee. Eens breekt het Rijk van God door en dan worden de rollen omgekeerd. Het is niet iets wat vanzelf komt, maar waar mensen zich ook voor moeten inzetten. We zien vaker gebeuren dat mensen die veel bezitten in armoede vervallen en dat zij die het leven van anderen stuk maken eens komen tot een eenzaam bestaan.

Geloof in de woorden van Jezus is meer dan alleen maar bidden en afwachten. Het is ook zelf in actie komen om de wereld te verbeteren. In de geschiedenis van de Kerk zien wij allerlei soorten mensen die zich er voor hebben ingezet om dat toekomstvisioen te verwezenlijken. Dromen over de toekomst leidden tot prachtige initiatieven. Kansarme kinderen kregen onderwijs, zieke mensen kregen medische hulp, hongerige mensen kregen te eten. Waar een persoon het initiatief nam groeide het aantal mensen dat mee deed. In de Kerk zijn vele mooie dingen tot stand gekomen die we misschien weer gauw vergeten zijn. Kritische mensen hebben vaak weinig opgebouwd. Mensen, bezield door liefde voor de ander, zijn tot heel wat in staat. Zij zijn de voorbeelden waar wij ons op mogen richten.

Zondag 30-01-2022, Week: 4e zondag door het jaar (c)

De missionaire Kerk

Vaker hoor je in beleidsstukken dat we een missionaire Kerk moeten worden. Onze zending moet meer zichtbaar worden in het uitdragen van het geloof. Missionarissen uit het verleden kunnen ons leren hoe zij gewerkt hebben aan de op- bouw van de Kerk. Er waren er niet zo veel en men kon niet iedere week in iedere parochie zijn. Zij rustten de geloofs- gemeenschappen toe om een deel van pastorale zorg op zich te nemen met en voor mensen ter plaatse. Door hun verantwoordelijkheid te geven ontstond vitaliteit en saamhorigheid. Parochies kampen op dit moment met de vraag: van groot naar klein of van klein naar groot.

Bij de wonderlijke visvangst zien wij vergelijkingspunten. Jezus zegt tegen Petrus: “vaar naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst”. Petrus zegt:

Meester, de hele nacht hebben wij gezwoegd zonder iets te vangen. Maar op Uw woord zal ik de netten uitgooien”.

Waar mensen denken dat ze hun grenzen bereikt hebben, zegt Jezus: “geef niet op”. Gooi de netten opnieuw uit. Heel wat vis werd nu binnengehaald. Zo veel dat de netten dreigden te scheuren. Het geloof was hun kracht en redding. Door te luisteren naar het woord van de Heer boekten zij een geweldig resultaat

Wat wordt met missionair zijn in onze tijd bedoeld. Is het bouwen op kleine groepen waarmee de Kerk verder wil. Of blijven inzetten op de grote groep en deze ruimte geven binnen de Kerk. Ligt de toekomst van onze Kerk in blijven ste- ken bij de taak van de priester en officieel aangestelde mensen. Of moeten we de Geest ruimte geven door te erkennen: bij de plaatselijke gemeenschap ligt op de eerste plaats de zorg voor kerk en

geloofsgemeenschap en daar zijn veel talenten. Geef hun de kans te laten zien wat het geloof voor mensen betekent. Van de missionarissen kunnen leren is dat zij bouwden en vertrouwden op mensen ter plaatse. Ik bespeur dat er onder ons vele mensen zijn die de Kerk niet kwijt willen. Geef hun de ruimte in het schip van de Kerk en laat ze mee net- ten uitgooien zodat er een mooie opbrengst kan geschieden.

 

Zondag 23-01-2022, Week: 3e zondag door het jaar (c)

Bijbel als inspiratiebron

Exegese is een onderdeel van de theologiestudie. Je doet veel kennis op over de samenstelling van de Schrift, het ont- staan van de teksten met een beschrijving van de tijd. Maar ook aandacht voor de verschillende schrijvers bij het ont- staan van de Heilige Boeken. Ook over de les die men trok uit de verschillende gebeurtenissen toen en wat we er nu als lering uit kunnen halen. De Schriften te bestuderen is geen garantie voor geloof. Geloof en wetenschap hebben een ver- schillende invalshoek.

Het voorlezen van de Heilige Boeken is van grote betekenis. Je probeert daarin te ontdekken wat God ons wil zeggen. Mensen uit het verleden hebben een boodschap die nu nog zeer actueel kan zijn. Zo las Jezus in de synagoge van Nazareth voor uit de profeet Jesaja. De tekst was niet uitgezocht, maar op die dag aan de beurt: De Geest des He- ren is over mij gekomen omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te bren- gen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien. Om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”. Daarop zei Hij: “Die tijd is nu in vervulling gegaan”. Hij paste die tekst toe op zichzelf. In het verloop van dit verhaal wordt vermeld dat men

Hem niet geloofde.

Ook wij mogen zo met bijbelteksten om- gaan. Ze brengen ons tot een zelf ver- staan. Zo wordt de Schrift een gesprek dat God met ons aangaat. Zaken die vroeger speelden, komen wij nu nog in ons leven tegen: goed en kwaad, op- bouw en afbraak, ziekte en gezondheid, zinvolheid en zinloosheid, liefde en haat. De teksten uit de bijbel nodigen ons uit

om met God in gesprek te gaan. Soms is de tijd nog niet rijp om bepaalde dingen te verstaan. Later begrijpen wij er meer van. Katholieken zijn van oudsher niet zo sterk in het hanteren van de bijbel. Ze houden meer van afbeeldingen en tradities. Mensen uit de protestantse traditie kunnen ons heel wat leren. Woorden uit de Schrift zijn als voedsel voor onze ziel. Soms bitter, soms aangenaam. Door al- les te eten wat God ons aanbiedt groeien wij in inzicht en geloof. Het is een avontuur met God dat geen einde kent. Maar ons wel waakzaam maakt.

 

Zondag 16-01-2022, Week: 2e zondag door het jaar (c)

Overdaad of gewoon geluk

Feesten maakt onderdeel uit van ons le- ven. Op allerlei manieren is er over- vloed: veel mensen, volop eten en drin- ken, muziek waardoor je elkaar niet meer verstaat, de gastheer die het ie- dereen aangenaam wil maken en ten- slotte de cateraar die moet zorgen dat niemand tekort komt. Zolang alles klopt kan het feest door gaan. Waar tekort is, is het feest snel ten einde. Als de tap- kraan dichtgaat zijn mensen binnen een half uur weg, als je voldoende met el- kaar samen bent geweest ben je blij om naar huis te gaan, of wanneer contact of hartelijkheid weg is heb je geen be- hoefte om langer te blijven. Tekort aan een of meerdere dingen laat de feest- vreugde verbleken.

Maria voelde feilloos aan waar de pijn zat bij de bruiloft van Kana. Jezus, die dan toe onbekend was als de wonder- doener, wordt aangesproken door Ma-

ria: “Ze hebben geen wijn meer”. Haar geloof in Jezus is groot. Toch houdt Hij zich op de vlakte:

Vrouw, is dat soms uw zaak. Nog is mijn uur niet gekomen”. Geen echte vriende- lijke reactie naar zijn moeder toe. Maar Maria zet door. Ze kent haar zoon en zegt tegen de bedienden: Doe maar wat Hij u zeggen zal”. Op dat moment open- baarde Hij zich als degene die alles ten goede leidt: “Doe die kruiken vol water en breng ze naar de tafelmeester”. Deze proefde van het water dat in wijn veran- derd was en was er verrukt over. “De beste wijn wordt nu pas geschonken”. Langzaam begint door te dringen wie Je- zus voor de mensen is.

Heel veel zijn mensen alleen maar bezig met wat zij tekort komen. Als je daar op

let kun je nooit blij zijn in het leven. Wanneer je oog hebt voor wat er wel is ga je op een andere manier het leven be- kijken. Wijn is lekker, maar water is no- dig. Dat merken mensen die gebrek aan water hebben. Veel mensen vinden dat geloven alleen maar te maken heeft met krijgen. Wanneer ik niet op mijn wensen bediend wordt heeft het geloof geen en- kele waarde. Geloven betekent ook ver- trouwen geven aan de ander. Je de weg laten wijzen door Jezus. Dan kan een nieuwe wereld voor ons open gaan. Dat is mijn wens voor het nieuwe jaar. We kunnen het goed gebruiken in deze tijd.

 

 

Zondag 08-01-2022 Week: Doop van de Heer (c) / Begin van de tijd door het jaar

Op reis om wat te zien

Mensen vinden het jammer dat ze niet meer zo gemakkelijk kunnen reizen. Maar niet iedere reis is hetzelfde. Je kunt gaan naar plaatsen waar je plezier kunt beleven. Of plaatsen waar je lekker even tot rust kunt komen. Of reizen die je in aanraking brengen met andere mensen en culturen. Je merkt ook dat dit zijn invloed heeft op je eigen denken en leven. 

Zo zijn ook de drie wijzen uit het Oosten op reis gegaan. Ze kenden geen trein,  bus of vliegtuig. De kameel was hun vervoermiddel en bagagedrager. De wijzen uit het oosten waren sterrenkundigen. Ze hadden uit een bepaalde stand van de sterren afgeleid dat er iets bijzonders was gebeurd. Dat had hun op weg gezet. Bij astrologen speelt de stand van de sterren een grote rol. Men kan er heel wat uit afleiden voor het heden en de toekomst. Zo ging drie mensen op weg. Eerst zoeken in  Jeruzalem naar de bijzondere persoon. Daarmee weken ze af van de richting die de ster hun wees. Zij trokken op naar Jeruzalem. Daar ondervonden ze dat daar het goddelijk kind niet te vinden was. Wel Herodes die macht wilde en hogepriesters die leefden van de tempel, maar God gebruikten met hun geloof. Daar was God niet te vinden. De ster bracht hun op het pad naar Bethlehem. Daar vonden zij het kind, armoedig en hulpeloos. Daarin openbaarde zich de grootheid van God. In de geschenken wordt duidelijk hoe zij dit kind beschouwden. Met wierook brachten zij eer aan dit kind, met mirre gaven zij aan dat dit kind ook voor de dood niet werd gespaard en met goud toonden zij de koninklijke waardigheid van dit kind. Hiermee vatten zij samen wat het leven van Jezus inhield. Het waren zieners uit delen van de toen bekende wereld: Azië, Afrika en Europa. Vanuit heel de wereld kwam men dus eer brengen aan dit kind

Hun verhaal wordt ook ons verhaal wanneer wij vertellen over onze zoektocht naar wat belangrijk is in ons leven. Geluk vindt je niet als je alleen maar met je eigen kleine wereld bezig blijft. Geluk openbaart zich als wij ook aandacht hebben voor anderen. Daarin gaat een nieuwe wereld voor ons open.  Daarom  noemt men dit gebeuren Openbaring.